zaterdag 18 februari 2012

Arrival City

De Brits-Canadese journalist Doug Saunders schreef in 2011 de bestseller 'Arrival City' over de trek naar de stad. Een proces dat er voor heeft gezorgd dat er sinds vorig jaar wereldwijd meer mensen in de stad wonen dan op het platteland. The Guardian noemde het "the best popular book on cities since Jane Jacobs's The Death and Life of Great American Cities." Dat was genoeg reden om donderdag naar Leiden af te reizen waar Saunders een lezing hield.

Emancipatieproces
Voor het boek bezocht Saunders twintig stadswijken om de effecten van ruraal-urbane migratie te onderzoeken. Variërend van Mulund (Mumbai, India) en Santa Marta (Rio de Janiero, Brazilië) tot Kreuzberg (Berlijn, Duitsland) en het Amsterdamse Slotervaart. Vanuit het perspectief van individuele migranten beschrijft hij de verhuismotieven en vooral het proces om langzaam maar zeker te integreren in het nieuwe stadsleven. Daarnaast analyseert hij de aankomstwijken, die in zijn optiek grote overeenkomsten hebben als locaties voor transitie en integratie. Hij ziet deze aankomstwijken niet als chaotisch, afstotend en disfunctioneel, maar als een veilige haven voor nieuwelingen. Dankzij de beschikbaarheid van op migrantengroepen gerichte voorzieningen (winkels, religieuze instellingen) en vanwege de aanwezigheid van familie en gelijkgestemden die voor de belangrijke uitwisseling van goederen, hulp en informatie fungeren. Daarmee kiest de auteur expliciet voor de migrantenwijk als emancipatiemachine, terwijl anderen juist benadrukken dat deze concentratiewijken de taalvaardigheid, het opleidingsniveau en integratie van de bewoners negatief zou beïnvloeden.


Randvoorwaarden
Tijdens zijn lezing ging hij, onder andere aan de hand van Slotervaart en de wijk 2060 in Antwerpen, in op de succes- en faalfactoren. Wil je als ‘Arrival city’ succesvol zijn, dan moet je volgens Saunders aan een paar voorwaarden voldoen:
  • De ‘ontvangende partij’ moet toegankelijk zijn voor de nieuwkomers. Behandel ze niet als tijdelijke gastarbeiders, maar beschouw ze als volwaardig burger met wensen en potenties. De link naar de huidige discussie over de MOE-landers is hier snel gemaakt. Ook interessant in dit kader: zijn stelling is dat de integratie en emancipatie juist wordt bevorderd als de mogelijkheid tot huwelijksmigratie en familiehereniging blijft bestaan. De alleenstaande, allochtone man kan namelijk veel moeilijker aarden en zal zich eerder terug trekken in anonimiteit of het verkeerde pad kiezen.
  • Zijn ideale aankomstwijk is dichtbebouwd, in of nabij het centrum, heeft veel goedkope woningen, kent een grote verscheidenheid aan functies en heeft zoveel mogelijk winkels in de plint. De nabijheid beperkt namelijk de levenskosten en de hoge dichtheid en centrumlocatie zorgt voor ontmoeting en voldoende clientèle voor etnisch ondernemerschap. “Planned communities in the distant outskirts, like Slotervaart, are cut off from everything and will probably fail.”
  • De arbeidsmarkt in de aankomststad moet voor een groot deel aansluiten op de wensen, behoeften en kansen van de nieuwelingen. Naast de aanwezigheid van voldoende, kleine, goedkope bedrijfspanden moet er voldoende beleidsruimte zijn om te kunnen ondernemen. Teveel regelgeving staat, onder andere in ons land, spontaan ondernemerschap in de weg. Wat me deed denken aan het verhaal van enkele jaren geleden dat Nederlandse Somaliërs op doorreis waren omdat ze hier niet konden aarden en nu wel succesvol zijn in Engeland.
  • De steden die met hun onderwijsaanbod geen rekening houden met het zeer lage onderwijsniveau en niet vol inzetten op goed onderwijs (beste leraren, mooiste gebouwen) zijn volgens Saunders gedoemd te mislukken. De Academy Schools in Engeland noemt hij als positieve uitzondering. Ik zou de Harlem Children's Zone daar aan willen toevoegen.
  • Daarnaast benadrukte hij het belang van het aanstellen van professionals (wijkagent, jongerenwerker, etc.) die in de wijk zelf zijn opgegroeid. Zij spreken immers de taal van de straat en kunnen problemen en kansen op waarde schatten.
Alledaagse observatie
Voor wie het vakgebied een beetje volgt, zijn dit niet hele nieuwe inzichten. De winst van zijn verhaal (vooral in het boek en gister iets minder in zijn lezing) is dat hij op een journalistieke manier inzicht geeft in de levensverhalen van vele migranten van over de hele wereld. Daarbij is het verfrissend dat hij de migratiestromen niet problematiseert en ook de al zo vaak gevoerde discussies over cultuur, religie en integratie slaat hij grotendeels over. Hij zoomt juist sterk in op het ondernemerschap, de zelfredzaamheid van de nieuwkomers en de hobbels die het emancipatieproces in de weg staan. Eventuele onlusten ziet hij dan ook niet als botsing van beschavingen of het mislukken van de integratie, maar eerder als een protest tegen de onmogelijkheid om een volwaardig stadsbewoner te worden. Een conclusie die we al eerder trokken naar aanleiding van de rellen in Parijs en London (zie blogbericht 'To be or not to be').


Vraagtekens
Het journalistieke karakter en de enorme diversiteit aan casestudies heeft logischerwijs ook een keerzijde. De anekdotes en de zeer diverse locaties verschillen teveel van elkaar om een echte rode draad te kunnen ontrafelen of conclusies te trekken. Hoewel hij zich ook donderdag bescheiden opstelde (tegenover voornamelijk academici), gaat hij soms wel erg kort door de bocht  in zijn beleidsaanbevelingen. Hoe kan je immers de centrumwijken met de door hem zo geliefde bebouwingsdichtheden en functiemenging behouden (of reserveren) voor de migranten? Er zijn meer leefstijlen die van dit woonmilieu houden. Ook opvallend: waar hij in zijn analyse kiest voor de voordelen van concentratie van gelijkgestemden, wil hij het Antwerpse 2060 ineens gaan mixen met yuppies en boetiekjes. Omdat er in zijn optiek geen middenweg is voor dit soort wijken. Het is “upward” (gentrification) of “downward” (achterstandswijk). “Others disagree”.  Dat klopt. 

Erkennen
Maar al met al houdt hij een waardig pleidooi om de wijken en haar bewoners beter te leren te kennen, te erkennen, te accepteren en daar ook naar te gaan handelen. Plannen wat er gebeurt,  in plaats van wat er zou moeten gebeuren. Jane Jacobs zei in de jaren zestig iets soortgelijks: “We should looking into how cities actually work, rather than how they should work.” In combinatie met zijn voorkeur voor de alledaagse observatie en het eerder genoemde pleidooi voor functiemenging en dichte bebouwing, treedt hij voor een gedeelte in haar voetsporen. Het is echter iets teveel eer om zijn observaties in één adem te noemen met “The Death and Life of Great American Cities”, dat op veel meer vlakken baanbrekend was. Maar dat maakt het boek niet minder interessant.



De lezing was onderdeel van de lezingenreeks 'the International Perspectives', georganiseerd door de vereniging Deltametropool.
Voor meer informatie over aankomstwijken in Nederland zie 'Arrival cities: the need for precision'.


Bronnen en leestips
Website boek

Lux Magazine (documentaire)
Photo essay Foreign Policy
Recensie Don Flynn
Recensie Lodewijk Brunt
Recensie New York Times

Infographic Immigratie naar Nederland

Voor wie meer interesse heeft in Stadslente-boeken is er een overzicht.
bron foto's: Ellis Island, New York (door Gerben Helleman)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen