zondag 7 september 2014

Leeszaal Rotterdam West: de democratische reactie

Onlangs was ik op bezoek in de Leeszaal in Rotterdam West. Een publieke ontmoetingsplaats die wordt gerund door bewoners waar taal, cultuur, verbeelding en participatie samenkomen. Alles volgens het principe van ‘halen en brengen’: in de vorm van tijd, kennis, ervaring, spullen, geld en netwerk. Dit veel geprezen bewonersinitiatief draait nu anderhalf jaar op volle toeren waardoor het mogelijk is om de eerste lessen te trekken.

In veel steden zijn er in de afgelopen jaren wijkbibliotheken gesloten. In Rotterdam sloten er maar liefst 18 van de 24. Dat riep in het Oude Westen de nodige weerstand op, maar een handtekeningenactie leverde niets op. Maurice Specht en Joke van der Zwaard, beide actieve wijkbewoners bedachten toen zoals ze dat zelf mooi noemen “een democratische reactie”. In plaats van de besluitvorming van de ‘geplande stad’ te beïnvloeden, gingen zij samen met buurtbewoners aan de slag om een eigen publieke voorziening op te zetten (‘geleefde stad’).

Dit past volledig in het ideaalbeeld van veel politici die het einde van de verzorgingsstaat hebben aangekondigd en de participatiesamenleving als alternatief naar voren schuiven. Wie echter de rapporten en onderzoeken leest over burgerparticipatie herkent al snel een patroon: de verwachtingen en resultaten van de doe-democratie zijn zeer divers. Wel zijn er verschillende zaken die de kans op succes kunnen verhogen. Aan de hand van de Leeszaal passeren hieronder de belangrijkste aanbevelingen de revue. De kopjes van de alinea's leiden de weg.

Ken je buurt
Specht en Van der Zwaard sloegen de handen in één nadat ze elders in Rotterdam een kleine, tijdelijk wijkbibliotheek hadden bezocht waar bewoners de dienst uitmaakte. Zoiets wilde zij ook. Een leeszaal, die niet de oude bibliotheek vervangt maar een publieke ontmoetingsplek waar boeken en lezen een prominente rol vervullen. De eerste stap die ze daarbij namen, is - wat mij betreft - bepalend geweest voor het huidige succes. Ze maakte geen beleidsplan, ze begonnen niet met het vinden van een locatie, maar ze begonnen met het voeren van gesprekken op bestaande ontmoetingsplekken in de wijk. Daar stelde ze open vragen: hoe ziet jouw ideale leeszaal eruit en wat ben je er bereid voor te doen? Ze gingen ook langs bij zelforganisaties en bewonersgroepen in de wijk. Men vroeg echter – zoals vaak gebruikelijk – om niet als groep mee te denken en mee te doen, maar als individu. Vooraf was namelijk al duidelijk voor de initiatiefnemers dat de Leeszaal moest draaien op individuen en niet op (etnische) groeperingen. Een slimme zet, omdat veel bewonersinitiatieven en publieke voorzieningen mislukken als gevolg van de onderlinge strijd tussen groepen die de ruimte willen claimen. Daarnaast past het beter bij de nieuwe vrijwilliger van de 21ste eeuw, die minder snel actief zal zijn binnen een vrijwilligersorganisatie waarin een groep of organisatie voorop staat.
Begin klein en wees zichtbaar
Op basis van deze gesprekken organiseerden ze in november 2012 een vijfdaags festival met workshops, lezingen en voordrachten door schrijvers, dichters en verhalenvertellers. Om zo het idee te presenteren en te testen. Het festival was een groot succes en zette het idee nog verder op de kaart. Het zorgde voor de zo noodzakelijke zichtbaarheid van dit soort initiatieven in de beginfase. Zowel richting bewoners als eventuele potentiële subsidiegevers. En het leverde het bewijs dat er behoefte was aan een dergelijke ontmoetingsplek en dat er voldoende vrijwilligers waren om dit handen en voeten te gaan geven.


Speel in op de behoeften
Het idee van een eigen wijkbibliotheek was toen al opzij geschoven, omdat op basis van de gesprekken bleek dat het veel meer moest zijn dan een plek waar je boeken kon lenen. Het moest vooral een ontmoetingsplaats worden die draait om taal in al zijn mogelijke uitdrukkingsvormen. Daarnaast wilde men geen uitgifte van boeken, maar het principe van ruilhandel toepassen:  mensen mogen een boek komen brengen, maar ook gratis een boek meenemen. Zonder verdere verplichtingen. Ook dit past helemaal in deze tijd, waarin de deeleconomie een steeds grotere rol gaat spelen. Ruilen is daarbij het nieuwe bezitten: of het nu gaat om auto’s, kamerverhuur, boeken of eetplekken. De scheidslijn tussen producent en consument is op deze manier langzaam aan het verdwijnen. Iedereen kan een consument en producent zijn op hetzelfde moment.

Zorg voor een eigen identiteit
Uiteindelijk gingen op 31 januari 2013 de deuren open van de Leeszaal op het Rijnhoutplein, net achter een van de meest boeiende straten van Rotterdam, de Nieuwe Binnenweg. Daarbij kozen de initiatiefnemers er bewust niet voor om in een pand te gaan zitten waar de wijkbibliotheek was gehuisvest. Om zo te benadrukken dat de Leeszaal geen wijkbibliotheek is en dat het gaat om een frisse start van een nieuw concept. Men huurt het pand overigens van de corporatie, die na een aantal maanden onderhandelen een korting gaf op de huurprijs. Dit vanwege de maatschappelijke meerwaarde van de Leeszaal voor de omliggende buurt waar een groot deel van haar huurders wonen.

Wees toegankelijk en aantrekkelijk
De leeszaal was meteen van dinsdag tot en met zaterdag geopend van 10.00 uur tot 19.00 uur en op zondag tot 17.00 uur. Het gehele interieur en alle boeken zijn giften van buurtbewoners en sympathisanten of zijn eigen maaksels. Zo zijn de houten tafels restproducten van een aantal gesloopte woningen een straat verderop. Er werden slechts enkele zaken gekocht, zoals een goed koffiezetapparaat: een belangrijke succesfactor voor wie mensen van buiten naar binnen wil trekken. Ondanks alle giften was er wel een strenge kwaliteitscontrole. Door de ‘ballotagecommissie’ aan de voordeur (boeken die naar sigarenrook stonken, kwamen in het ronde archief), maar ook door de supervisie van een bewoner met een architectenachtergrond. Daardoor is er een prettige huiskamersfeer ontstaan in plaats van een tweedehandswinkel. De strategische plaats van de leestafels aan het raam en het ontbreken van allerlei poster op het raam benadrukken de toegankelijkheid van deze publieksfunctie.
De Leeszaal trekt ook mensen aan door volop evenementen te organiseren of naar zich toe te halen. In het eerste jaar waren dat er 95: van workshops tot literaire maaltijden, ZZP-ontbijten, film- en debatavonden. Met als belangrijke huisregels: de voordeur blijft ook tijdens de evenementen open voor gebruikers van de Leeszaal (toegankelijkheid) en er mag van alles worden georganiseerd zolang het maar iets heeft te maken met taal, literatuur, verbeelding of participatie (eigen identiteit).

Wees benaderbaar
Zoals in de literatuur over burgerparticipatie ook vaak wordt beschreven (zie o.a. Tonkens, 2009), heeft aantrekkelijkheid niet alleen te maken met kwaliteit en diversiteit, maar ook dat je een bepaalde ambitie uitstraalt, dat je altijd in bent voor vernieuwingen. De Leeszaal geeft de bezoekers dan ook niet de rol van passieve klanten, maar vraagt aan een ieder wat zij eventueel voor de Leeszaal kunnen betekenen.

Het hoeft niet veel geld te kosten
De behoeftepiramide van vrijwilligers met betrekking tot traditionele partijen begint bij waardering en erkenning (Hurenkamp e.a., 2006). Van minder belang is financiële steun. Dat lijkt in de Leeszaal ook wel op te gaan. Uiteraard helpt het wel dat men een flinke korting krijgt op de huur en dat men een initiële projectsubsidie heeft via Stichting Doen, maar het is tegelijkertijd interessant om te zien dat door middel van giften en vrijwillige inzet de kosten laag kunnen worden gehouden en er eigenlijk al voldoende inkomsten binnenkomen door het verhuren van de locatie aan derden.

Overschat de mogelijkheden van burgerparticipatie niet
Het gevaar bestaat natuurlijk dat beleidsmakers of politici dit initiatief ‘misbruiken’ om het wegbezuinigen van de wijkbibliotheken te rechtvaardigen. Immers daar waar de overheid zich terugtrekt, dan behoren burgers verantwoordelijkheid te nemen en zelf zaken te organiseren. De initiatiefnemers zijn daar zelf gelukkig heel duidelijk in. Wat hen betreft is er geen overdraagbare formule, mogelijk slechts een aantal overdraagbare elementen. Specht in een interview met Vers Beton: “Wij kunnen dit doen omdat we hier wonen, omdat we al langere tijd actief zijn in de wijk en omdat we kunnen voortbouwen op een netwerk dat er al is. Omdat Joke ook de Tussentuin heeft geïnitieerd waren veel mensen in de wijk meteen enthousiast: ‘Oh leuk we kunnen weer gaan bouwen’. We hoefden niet helemaal van nul te beginnen”. Dat ligt in het verlengde van wat veel in de literatuur wordt genoemd als succesfactor. In buurten met een goede sociale infrastructuur en een bepaalde mate van organisatiedichtheid en actiegeschiedenis komen dit soort initiatieven eerder tot volle wasdom.
Daarnaast heeft het succes van de Leeszaal ook te maken met de ervaring en kennis van de trekkers. Zo had Specht al ervaring opgedaan in maart 2012 met het opzetten van een kleine ruilbibliotheek. En beiden zijn onderzoekers op het vlak van sociaal ondernemen en burgerparticipatie. Zij kennen dus de belangrijkste tips en trucs uit de vakliteratuur en de praktijk.

Onderschat de mogelijkheden van burgerparticipatie niet
Circa 40% van de Nederlanders in de leeftijd 15-75 jaar is actief als vrijwilliger. Een percentage dat al jaren constant is en hoog is in vergelijking met andere Europese landen. Vrijwilligerswerk is daarbij vaak een bron van ontspanning, ontmoeting, status en ontwikkeling. 
In de Leeszaal is dit niet anders. Deze wordt gerund door maar liefst 90 vrijwilligers. Van zeer diverse pluimage wat betreft afkomst en opleiding. Zij zetten zich vrijwillig in omdat ze graag meehelpen aan het realiseren van een betekenisvolle, publieke plek. Daarbij wordt handig ingespeeld op het enthousiasme en de vaardigheden van mensen. De trekkers vragen niet of men dit of dat wil doen, maar men vraagt wat de mensen zelf graag willen doen.
De vrijwilligers krijgen geen vergoeding, maar wel een plek waar men zich verder kan ontwikkelen. Dus gastvrouwen die de Nederlandse taal minder goed spreken, worden gekoppeld aan vrijwilligers die dat wel kunnen. Bewoners die zich willen ontwikkelen in de catering kunnen ervaring opdoen als er lunches of diners nodig zijn. De initiatiefnemers op hun beurt kunnen de Leeszaal als onderzoeksplek gebruiken.

Zorg voor verbinding
Het verbinden van de juiste personen en organisaties is meestal essentieel voor een initiatief of het slaagt of niet. Veel traditionele partijen zijn zich niet voldoende bewust dat ze als een makelaar een belangrijke rol kunnen spelen. In de Leeszaal lijkt dit dik voor elkaar. Het is zelfs basis van het bestaan (Specht & Van der Zwaard, 2013): “De Leeszaal ontstaat door het samenbrengen, verbinden en activeren van een heleboel zaken die (gratis) voor handen zijn.” Daarbij helpt het dat de initiatiefnemers zowel een netwerk hebben binnen de systeemwereld van gemeenten en corporaties als binnen de leefwereld van bewoners(organisaties). Daarnaast bleek uit mijn gesprek met Joke van der Zwaard dat zij moeiteloos personen en vooral competenties aan elkaar weet te knopen. Zij neemt een idee van bewoners niet over, maar geeft door het verbinden van mensen en het samenstellen van werkgroepjes even dat belangrijke duwtje in de rug. 

Voorkom machtsconcentratie en homogeniteit
Justus Uitermark, hoogleraar samenlevingsopbouw, wijst er in zijn oratie terecht op dat je bij bewonersinitiatieven moet voorkomen dat er een te grote vorm van machtsconcentratie en homogeniteit ontstaat (Uitermark, 2014). Als een kerngroep namelijk divers is, zullen de initiatiefnemers verbindingen kunnen maken met diverse groepen. Op het eerste oog lijkt de Leeszaal volledig afhankelijk van de twee genoemde trekkers. Zij zijn bijna iedere dag wel even aanwezig en besteden zo’n 20 uur in de week aan het reilen en zeilen. Toch blijkt uit een netwerkanalyse dat er geen sprake is van een machtsconcentratie. In de Leeszaal is er een netwerk ontstaan waar meerdere mensen een verbindende rol vervullen en trekker zijn van activiteiten. Denk aan de eerder genoemde architect, maar er is ook een vrijwilliger die de huisstijl/communicatie volledig voor haar rekening neemt en een groep vrijwilligers die voor de rubricering en het in stand houden van de boekencollectie zorgt.

Samenvattend
De Leeszaal is een schitterend initiatief dat zeer succesvol is. Het is echter geen vrijbrief voor politici en beleidsmakers om te denken dat dit overal kan worden toegepast. Er zijn hier krachten samengekomen die je niet elders van bovenaf kan organiseren. Dat heeft te maken met de organisatiekracht en –geschiedenis van het Oude Westen, maar evenzoveel met de kracht van de twee initiatiefnemers. Zij zijn de juiste mensen op het juiste moment op de juiste plek. En hoewel ze dat misschien zelf zullen ontkennen, zijn ze daar redelijk uniek in. Ze wonen in de wijk, zijn communicatief sterk, hebben organisatietalent, weten hoe een goede publieksruimte eruit moet zien, weten anderen te enthousiasmeren, zijn naast denkers ook doeners, hebben de juiste netwerken, etc.. Aan de hand van die vaardigheden brengen ze - daar waar het nodig is - mensen bij elkaar. Ze voorkomen dat er teveel regels komen. Bewaken de identiteit van de Leeszaal door middel van de juiste programmering. En ze denken na over de belangrijkste hoofdlijnen, zoals de financiering (nieuwe inkomstenbronnen) en het vrijwilligersbeleid (verantwoordelijkheid delen, leerprogramma’s). Daarmee zijn ze zowel het schaap met vijf poten als de hoeder van de kudde.

Goed nieuws voor wie meer wilt weten! Op 20 maart 2015 is het boek 'De uitvinding van de Leeszaal: Collectieve tactieken en culturele uitwisselingen' van Joke van der Zwaard en Maurice Specht uitgekomen met daarin hun eigen analyse en aanbevelingen voor bewonersinitiatieven. Ik schreef er ook een boekrecensie over.

Geraadpleegde bronnen en leestips
Mark Deckers (2014) Leeszaal Rotterdam West en Tradeschool 010: Laboratorium vanuit het hart van de samenleving (een interessant blog voor wie meer wilt weten over de bibliotheek van de toekomst).

Gerben Helleman (2014) Het zelfoplossend vermogen van de stad. Blog Stadslente.

Menno Hurenkamp, Evelien Tonkens en Jan Willem Duyvendak (2006) Wat burgers bezielt; een onderzoek naar burgerinitiatieven. Universiteit van Amsterdam & NICIS Kenniscentrum Grote Steden.

Jos van der Lans (2011) Loslaten, vertrouwen, verbinden; over burgers en binding. Nationale Goede Doelen Loterijen. 

Maurice Specht & Joke van der Zwaard (2013) De Leeszaal Rotterdam West als (democratische) repetitieruimte. In: Doen; nieuwe vormen van democratie. Hivos, ISS en WRR.

Evelien Tonkens (2009) Tussen onderschatten en overvragen; actief burgerschap en activerende organisaties in de wijk. Amsterdam: SUN Trancity.

Justus Uitermark (2014) Verlangen naar Wikitopia. Rotterdam: Erasmus Universiteit.

Joke van der Zwaard & Maurice Specht (2014) Beleidsplan Leeszaal Rotterdam West 2014-2015

Joke van der Zwaard & Maurice Specht (2013) Betrokken bewoners, betrouwbare overheid. Rotterdam: Kenniswerkplaats Leefbare Wijken.

Foto's door: Gerben Helleman

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen