dinsdag 29 mei 2012

En straks? Het Londen van na de Olympische Spelen

De Olympische Spelen worden steeds meer gebruikt als katalysator voor stedelijke ontwikkeling. In een vorige bijdrage zagen we echter ook dat de erfenis van dit mega-evenement per stad en individu verschilt. In Londen is dat niet anders. Ook hier speelt het spanningsveld tussen de geplande (Olympische) stad en geleefde (bestaande) stad.

De Olympische Spelen (OS) in Londen staan voor de deur. De hele wereld zal drie weken gefocust zijn op de prestaties op de verschillende sportvelden. De lokale bevolking zal vooral rekening moeten houden met extreme veiligheidsvoorschriften en (nog meer) verkeerscongestie. De hamvraag is echter wat de erfenis van de OS op de stad Londen zal zijn. Want ondanks dat het ‘nalatenschap’ nooit hoger op de Olympische agenda heeft gestaan (“the most enduring legacy”), zijn de meningen behoorlijk verdeeld over de consequenties op de lange termijn. 

Bron foto: http://roadcyclinguk.com/
East-London
Hoewel de sportactiviteiten verspreid zullen zijn over drie locaties is vanuit stedelijk oogpunt vooral Oost-Londen interessant. Hier heeft een flinke gebiedsontwikkeling plaatsgevonden met de bouw van het Olympisch Park met onder andere het Olympisch stadion en de huisvesting voor atleten. Doel op de lange termijn: het dichten van de historische kloof tussen Oost en West Londen. Tussen arm en rijk. Oost Londen voert namelijk – voor wie van statistieken houdt - al sinds jaar en dag de verkeerde lijstjes aan. Dat heeft met de geschiedenis van het gebied te maken. In de laat 18e eeuw vond hier de industrialisatie plaats met scheepsfabrieken en goedkope woningbouw voor de havenarbeiders. Het was de tijd van Jack the Ripper met grote armoede, alcoholverslaving, prostitutie en criminaliteit. Vanaf de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw verdween veel van de zware, vervuilende industrie en kwam er in de loop der tijd nieuwe bedrijvigheid. Profiterend van de leegstaande gebouwen, de lage huren en infrastructuur. Tegelijkertijd is Oost Londen ook altijd vestigingsplaats geweest van nieuwe migranten. Van de protestantse Hugonoten uit de 17e eeuw tot de immigranten uit Bangladesh in de jaren zestig van de vorige eeuw. Allen hebben ze hebben een bijdrage geleverd aan de geschiedenis en cultuur van dit gebied. 

Docklands
De wil om het oosten van Londen te vernieuwen, bestaat al geruime tijd. De Olympische doelstellingen passen in de lijn van eerdere gebiedsontwikkelingen, waarbij onder andere het financiële centrum richting het oosten is verschoven. The 2012 Games will provide a major catalyst that accelerates an existing and ambitious plan for urban renewal.” Dat plan uit 1995, bekend onder de naam ‘Thames Gateway development’, bestaat naast infrastructurele vernieuwing ook uit de ambitie om 120.000 woningen en 50.000 nieuwe banen te creëren voor 2021. Eerder werd in dit gebied al het beroemde ´Canary Wharf´gerealiseerd waar naast een zakencentrum ook een groot aantal nieuwe koopwoningen werden gerealiseerd voor de werknemers. Die gebiedsontwikkeling had echter weinig invloed op de onderliggende sociale problemen van de bestaande bewoners in Oost Londen. Het versterkte eerder de polarisatie tussen de rijke en arme buurten. De OS moet die kloof - volgens het eerste schetsboek uit 2000 – juist dichten.  

IOC
Dat laatste was een slimme zet van de Engelsen. De belangstelling van het IOC voor de hoofdstad nam namelijk flink toe toen bleek dat de stad zich vooral richtte op de vernieuwing van een gebied met een grote culturele diversiteit en sociale achterstand. Het IOC is de laatste jaren steeds meer op zoek naar steden waar sprake is van een goede, niet-sport gerelateerde nalatenschap. Om zo de enorme (publieke) investeringen te kunnen legitimeren en om de toenemende kritiek op de commercie te kunnen pareren. Het bod van Londen met de aangekondigde ‘sustainable social regeneration’ paste helemaal in het plaatje van de non-commerciële fase waar het IOC zich in wilt gaan bewegen. 

Geplande stad
Het doel van de ‘Olympic Park Legacy Company’, het orgaan dat het overneemt na de Spelen, is dat binnen twintig jaar de bewoners van dit deel van Londen dezelfde sociale en economische kansen hebben als hun buren elders in Londen. Dit willen ze realiseren door het gebied te transformeren tot een florerend nieuw hart van grootstedelijk Londen. Er komen zes nieuwe buurten met circa 12.000 woningen, drie basisscholen, zes buurthuizen en een gezondheidscentrum. Aangevuld met vijf permanente, nieuwe sportaccommodaties, een internationaal mediacentrum, een enorme uitkijktoren en het grootste winkelcentrum van Europa (Westfield Stratford City). Daarnaast is er een extra metrolijn aangelegd en zijn er extra bus- en treinverbindingen.
Van de 12.000 woningen staan er 2.800 in het Olympisch dorp. Duizend daarvan hebben drie of vierkamer woningen. Iets meer dan de helft wordt na de Spelen aan huishoudens verkocht. De rest zijn betaalbare woningen die in handen zijn van een consortium van corporaties. Overigens was het de bedoeling dat er 4.000 appartementen werden gebouwd, maar door financiële problemen is dit aangepast. De atleten moeten daarom nu met z’n vieren in plaats van met z’n drieën een flat delen.
Net als in eerdere Olympische steden worden de OS dus gebruikt om een flinke fysiek impuls te geven aan de stad. To do this to that part of London without the Olympics would have taken 50 years”, zegt Tony Travers van de London School of Economics. Westfield, de Australische ontwikkelaar van Stratford City beaamt dit. “Het enorme complex met winkels, hotels, bedrijven en woningen was er ook gekomen zonder de OS, maar niet in de komende vijf a zeven jaar.” 

Bron foto: http://roadcyclinguk.com/
Geleefde stad
Deze nieuwbouw moet op een of andere manier worden gekoppeld aan de verschillende identiteiten die het gebied al kent. Oost Londen kent namelijk meerdere gezichten. 
Kenmerkend voor dit gebied zijn de vele, oude fabriekspanden, waar de creatieve sector en vooral de grafische industrie in gehuisvest is. Een deel staat echter ook leeg. Ook kent dit deel van de hoofdstad de hoogste dichtheid aan ateliers en kunstgaleries van Europa. Met als gevolg dat het ook de plek is waar je indrukwekkende ‘street art’ vindt en waar jonge creatieven, hipsters, alternatievelingen en migranten gemoedelijk naast elkaar leven. Wat terug is te zien in het bijvoorbeeld het winkelgebied rondom ‘Brick Lane’: het ‘Notting Hill’ van Oost Londen. Hier vind je de beste ‘Indian curry’ en tegelijkertijd de meest trendy cakeshops, kapsalons, modeboetieks, cafés en theaters.
Daar waar de fabriekspanden de tand des tijds prima te lijken doorstaan, zijn er wel een groot aantal wooncomplexen die hun langste tijd hebben gehad. Daarnaast zijn er grote problemen op het gebied van schooluitval, werkloosheid en gezondheid. De rellen uit 2011 waren een uitvloeisel van die kloof tussen de bevoorrechten en diegenen die op de rand van de afgrond leven (zie bericht 'To be or not to be').  
In 2010 deden studenten van de 'Cities Programme' een multidisciplinair onderzoek in Hackney Wick, een stadsdeel binnen Oost Londen, waarbij ze met een groot aantal bewoners en gebruikers van het gebied spraken. Bewoners omschrijven het onder andere als een "quiet, peaceful community" met – mede dankzij de OS - goede openbaar vervoerverbindingen. Hoewel ook veel bewoners de metrostations (en industrieterreinen)  ’s avonds proberen te vermijden omdat zij zich onveilig voelen. Veel bewoners hopen dat door alle ontwikkelingen het aantal buurtvoorzieningen, vooral voor de dagelijkse boodschap, gaat toenemen. De afstand tot een supermarkt is nu namelijk drie maal zo groot voor een bewoner uit Hackney dan voor de gemiddelde Londenaar. En voor een postkantoor 3,5 maal. Belangrijkste oorzaak: een te lage bevolkingsdichtheid. Bestaande winkeliers hopen dan ook op een toename van de inkomsten als de nieuwbouwwoningen bewoond worden. Ook grond- en vastgoedeigenaren hopen dat door de gebiedsontwikkeling hun bestaande bezit in waarde toeneemt. 

Kanttekeningen
Anderen zien de OS eerder als een bedreiging. Zo zijn 60 van de in totaal 70 bedrijven in de grafische industrie ondertussen naar elders vertrokken door de toenemende huurprijzen en de afnemende bereikbaarheid tijdens de bouw van de Olympische faciliteiten. Kunstenaars hebben ook last van deze hogere huurprijzen en zien zich genoodzaakt elders te vestigen. Ook een deel van de bewoners zal het, afhankelijk van hun positie, in hun portemonnee gaan voelen. Rondom Stratford City en het Olympisch park hoopt de overheid namelijk op een kleinschalig ‘Barcelona effect’. Dankzij de nieuwbouw verwacht men dat ook particuliere verhuurders en marktpartijen meer gaan investeren in hun woningvoorraad, wat gezamenlijk leidt tot een toename van de marktwaarde van de woningen. Gavin Poynter, hoogleraar sociale wetenschappen aan de Universiteit van Oost Londen, is echter sceptisch over deze ontwikkeling. There is also a reinforcement of the trend toward a greater level of separation and segregation at the micro-community level, as the Olympic Park attracts residential units that serve the needs of young professionals and those who shop in Stratford City. […] Such a trend tends to displace lower income groups who move to other, often nearby, parts of the local area. The boundaries of social segregation shift but the underlying problem of social disadvantage remains. […] This pattern […] has been a feature of regeneration and gentrification schemes in East London over recent years – with stark divisions emerging in the same street between the ‘gated’ and those without. The Olympic effect is likely to accelerate this trend as […] the responsibility for the post-2012 legacy [lays] into the hands of private developers for whom rapid gentrification may be a desirable outcome.”

Bron foto: http://www.radioclash.com



Procesarchitectuur
Het lijkt erop dat de manier waarop de zaken nu georganiseerd zijn die polarisatie alleen maar gaan versterken. Zowel rond de OS als bij de ‘Thames Gateway Development’ is er namelijk een ingewikkelde kluwen aan samenwerkingsconstruncties. Door het groot aantal partijen, organen en belangen is het moeilijk om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen. Er is geen één probleemeigenaar, één coördinerend orgaan of een politiek leider die de richting bepaald. Daardoor zijn bijvoorbeeld de korte en lange termijn doelen moeilijk te verenigen. Zeker toen de financiële tekorten ontstonden, moesten ambities worden bijgesteld en werd de onderhandelingspositie van de marktpartijen een stuk makkelijker. Normaal gesproken wordt dan gewacht op betere economische tijden, maar de harde deadline van de openingsceremonie werkte in dit geval in het nadeel. Het nationale belang ging zo het lokale belang domineren. Tezamen met de geringe invloed van bewoners op de plannen is Poynter daarom weinig hoopvol over de uitkomsten: “Weak local or civic voices may well result in a local legacy that primarily favours commercial viability rather than addressing the deep-seated and long-term social, housing, employment and education issues facing East London. […] Without this moderating impulse, the regeneration process is likely to focus upon the short-term pre-event and event phases rather than addressing the underlying socio-economic issues facing East London.” 

Grand Project
Deze redeneertrant ligt in de lijn van de grootste criticaster: Ian Sinclair. Hij is een psychogeograaf die al jaren in Oost Londen (“a pretty average mess”) woont. In zijn moeilijk leesbare, maar smaakvolle boeken geeft hij een uitgebreide beschrijving van het dagelijkse leven in dit deel van de hoofdstad. Daarbij keert hij zich fel tegen de politieke en economische machthebbers die door middel van grootschalige (blauwdruk)plannen denken de wereld te kunnen verbeteren. Commerciële, megalomane projecten die in zijn optiek alleen voortkomen uit zelfzucht en hebberigheid. De ‘Millennium Dome’ is volgens hem zo’n mislukking waarbij de overheid met veel publiek geld dacht het industriële tijdperk te kunnen inruilen voor een toeristische trekpleister. Het Olympisch Park (“a theme park without a theme”) past wat hem betreft ook in dit plaatje van investeringen die weinig rekenschap en meerwaarde hebben voor de bestaande bewoners, gebruikers en bebouwing. It’s catastrophic. It's brutalising: the time scale of it, the fact that it was imposed from above, the consultation a farce, and the promise of this legacy - which is what? It's Westfield shopping mall [Stratford City]? Horrendous. Drains the life blood out of you in seconds. Then they have the nerve to call [the Olympic Park] the People's Park. What do they think was there before? It was the people's park: anglers, birdwatchers, footballers. Now they're all gone, so it's the opposite. I'm deeply disturbed and angry." Om zijn verhaal te versterken, wijst hij graag op de nu gesloopte fabriekspanden waar krakers buurtcentra hadden opgezet en op de behoeften van bewoners om juist het buurtzwembad op te knappen in plaats van het bouwen van een futuristisch Olympisch bad dat – in zijn ogen - toch niemand gaat gebruiken. Het grote blauwe hek dat jarenlang om het bouwterrein van het Olympisch Park heeft gestaan, staat daarbij voor hem symbool voor de scheiding tussen oud en nieuw, tussen arm en rijk, tussen formeel en informeel, tussen de geplande en de geleefde stad. 

Samenvattend
Oost Londen laveert aan de ene kant tussen het creëren van een nieuwe (toeristische) wereld met grootscheepse bouwprojecten (veelal top-down, aanbodgericht en geldgedreven) en aan de andere kant het sociaal investeren in de huidige bevolking door aansluiting te zoeken bij kleinschalige initiatieven van onderop. Het is de welbekende woordenstrijd tussen fysiek en sociaal ingrijpen. Tussen top-down of bottom-up werken. Tussen de systeemwereld en de leefwereld. Tussen de voor- en tegenstanders van (geïnitieerde) 'gentrification'. 
Is er nu sprake van een positieve ontwikkeling of een verdringingsproces? Het antwoord op die vraag is afhankelijk hoe je naar een dergelijk gebied kijkt. Daar waar in Sydney (2000) sprake was van een verlate stukje industriegebied is er hier nog volop bedrijvigheid. Door de één bestempeld als ruw en ongewenst, door de ander als levendig en verrijkend. Oftewel: is er sprake van een totale negatieve woestenij met grote sociaal-economische problemen die nu wordt opgeschoond (“moonscape is becoming landscape”) of hebben we hier te maken met een divers, stedelijk gebied met allerlei startende bedrijfjes en verschillende gemeenschappen die op hun eigen manier aan het overleven zijn? 
Jacques Rogge, voorzitter van het IOC, kiest in een ingezonden brief duidelijk voor het eerste: "The Olympics helped finance the radical transformation of a huge section of east London from a contaminated, neglected landfill into the glittering new Olympic Park". National Geographic kiest in haar augustus-nummer voor het laatste: "Het is een zinderend, kleurrijk stadsdeel, waar voor iedereen en voor elke beurs wel iets moois is te vinden. [...] Oost-Londen blijft een plek van komen en gaan, waar mensen en dingen verschijnen, en waar iedereen er het beste van probeert te maken."
Ik neig naar het laatste, zonder de sociale problemen te willen bagatelliseren. De vervolgvraag is dan: wat daar aan te doen? Op basis van wat ik heb gelezen, ter plekke heb gezien en gehoord, zou mijn voorkeur uitgaan naar wat wij in Nederland organische of natuurlijke wijkvernieuwing noemen. Die gaat fysieke investeringen niet uit de weg, maar zorgt er wel voor dat die passen binnen de lokale context. Aangevuld met passende sociale activeringsprogramma’s en noodzakelijke voorzieningen. Of zoals Juliet Davis en Suzanne Hall van de 'Cities Programme' aanbevelen: “[It’s about] recognising the value of what and who is already in place. [We] suggest a shift away from highly detailed, comprehensive masterplans, into the looser terrain of suggestive spatial frameworks and socially activated programmes.” Aansluiten op bestaande hulpbronnen en initiatieven en verbindingen maken tussen de verschillende schaalniveaus en tussen fysieke én sociale ingrepen. Een dergelijke aanpak lijkt beter bij het gebied te passen en kan ervoor zorgen dat de geplande en geleefde stad meer met elkaar in overeenstemming raken. Mogelijk dat we dan over vier jaar, aan de vooravond van de zomerspelen in Rio, met enthousiasme terugkijken naar de erfenis van de OS op Oost Londen. De tijd zal het leren.

[Update 2013: Een jaar later zijn dit interessante bespiegelingen van The Economist en Forbes].

[Update 2015: Volgens de Guardian hebben de OS een positieve invloed gehad op het gebied. Het trekt nog steeds investeerders aan en veel sportvoorzieningen zijn open voor het publiek en lokale sportverenigingen. Ook de parken worden volop gebruikt. Alleen de uitkijktoren naast het stadion wordt bijna niet bezocht. Neale Coleman van The London Legacy Development Corporation: “Never mind Athens, compare us with Sydney or Barcelona or Beijing as well. They’ve all struggled, but we’re on course to do what we said we would, and not just with the park and the venues.” Tegelijkertijd laat het artikel ook zien dat de prijzen in het gebied flink zijn gestegen waardoor het wonen voor lagere inkomens onbetaalbaar wordt.]

[Update april 2016: Voetbalclub West Ham United gaat dit seizoen in het Olympisch Stadion spelen. Ze huren het voor £2.5 miljoen per seizoen van de 'London Legacy Development Corporation'.]

[Update juli 2016: De OS in Rio staan voor de deur. En dus zijn er al volop beschouwingen over de voors en tegens voor de stad. De Guardian schreef hier een mooi artikel over.]


Gebruikte bronnen
The Economist (2011) The 2012 Olympics: Capital values

Juliet Davis & Suzanne Hall (2010) Olympic Fringe. The Cities Programme: The London School of Economics and Political Science.

Gavin Poynter (2008) The 2012 Olympic Games and the reshaping of East London. In: Regenerating London.


Rachel Cooke (2009) The interview: Iain Sinclair. The Guardian/The Observer.


Robert Macfarlane (2011) Iain Sinclair’s stuggles with the city ofLondon. The Guardian.

Patrick van IJzendoorn (2011) ‘De Olympische droomversterkt wij-tegen-zij-sentiment’. De Volkskrant, 7 september 2011.

Jordan Weissmann (2012) The High Cost of Beijing's Empty Bird's Nest. The Atlantic Cities.

Een verkorte versie van dit bericht verscheen op 25 juli 2012 in NRC Next. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen