zondag 11 december 2016

De vernieuwing van Nieuw-West

De 'Westelijke Tuinsteden', 'Nieuw-West' of 'Parkstad Amsterdam', namen die voor hetzelfde naoorlogse uitbreidingsgebied in Amsterdam worden gebruikt. Het gebied, dat qua omvang en inwonertal vergelijkbaar is met een middelgrote stad, wordt sinds de jaren negentig grootschalig vernieuwd. Diverse onderzoekers gaven al hun mening over dit stadsdeel. In het boek 'Nieuw-West: parkstad of stadswijk' krijgen we ook inzicht in het verhaal achter de cijfers.

Middelgrote stad
Amsterdam Nieuw-West is onderdeel van het Algemeen Uitbreidingsplan van Van Eesteren uit 1933. In de jaren vijftig en zestig voor de vorige eeuw werden hier volgens de principes van die tijd woonwijken gebouwd voor de emanciperende arbeidersklasse. Wonen en werken waren daarbij strict gescheiden.
De stadsuitleg was een antwoord op de woningnood. In korte tijd werden 54.000 woningen, overwegend portiek-etageflats, gebouwd door middel van nieuwe bouwtechnieken (prefab) en door een herhaling van clusters van bouwblokken (stempelbouw). Driekwart van de woningen is onderdeel van de sociale huursector en ruim twee op de drie woningen heeft een oppervlakte van maximaal 60 m2. Wat vrij groot is in die tijd.
Het gebied beslaat de vier voormalige stadsdelen: Osdorp, Geuzenveld/Slotermeer, Slotervaart en een deel van stadsdeel Bos en Lommer. Nu bekend als het stadsdeel Nieuw-West. Op dit moment telt het gebied circa 45.000 woningen en ruim 140.000 inwoners. Qua omvang is het daarmee vergelijkbaar met een middelgrote stad. Ter vergelijking: Leiden (123.000 inwoners) en Zwolle (126.000) zijn kleiner.



Stedelijke vernieuwing
In de jaren negentig worden de eerste plannen gemaakt om het gebied vooral in fysieke zin te gaan vernieuwen door middel van het slopen en verkopen van sociale huurwoningen en het bouwen van koopwoningen. Daarvoor worden meerdere motieven aangehaald. Volgens de een zijn de woningen in een te slechte conditie om te laten staan en volgens de ander zijn het te veel van dezelfde soort woningen bij elkaar. Ook zijn er mensen die vinden dat de fysieke vernieuwing nodig is om de sociaal-economische achterstand te verminderen. De differentiatie van het woningaanbod wordt in die optiek primair ingezet om sociale doelen te verwezenlijken. In verhouding tot het Amsterdamse gemiddelde is hier namelijk meer werkloosheid, een laag opgeleide bevolking en meer armoede. En dus is er een roep voor meer differentiatie naar woningvoorraad, die voor een meer diverse bevolking kan zorgen. Door het aantrekken van kapitaalkrachtige huishoudens van buiten of door - en dat lijkt hier het geval - het bieden van een wooncarrière in de eigen buurt voor de bevolking die het beter gaat (Duyvendak, 2005).

Hoewel er in 1993 al met een drietal voorbeeldprojecten wordt gestart, krijgt de vernieuwing pas goed vorm als Bureau Parkstad, een samenwerkingsverband van stad en stadsdelen, in 2000 en 2001 een raamwerk schetst. In hun ontwikkelingsplan 'Richting Parkstad 2015' wordt de ambitie als volgt verwoord: "De bewoners van straks zijn in de eerste plaats de bewoners van nu die positief kiezen voor wonen in ParkStad, maar er zijn veel nieuwe mensen bijgekomen omdat het aantal woningen met 20% is gestegen. [...] De verscheidenheid van bewoners naar sociaal-economische positie is veel groter: naast lagere inkomensgroepen wonen nu ook de midden- en hogere inkomensgroepen in de verschillende buurten. De bewoners zijn ook qua afkomst zeer divers: het aandeel van allochtone bewoners is nog steeds hoog, omdat zij hun wortels in het gebied hebben. Waar zij voorheen vertrokken als zij daartoe economisch in staat waren, blijven ze nu in ParkStad omdat de vernieuwde woongebieden een aantrekkelijk alternatief vormen."
In cijfers betekent dit dat de 41.000 sociale huurwoningen door middel van verkoop en sloop moeten worden teruggebracht tot 29.000 sociale huurwoningen. In totaal wil men 13.300 woningen slopen (25% van het totaal) en 24.300 nieuwe woningen bouwen, zodat er per saldo 11.000 woningen bijkomen. De totale investering werd toen geraamd op vier tot vijf miljard euro.



Koerswijzigingen
In 2005 volgt een eerste evaluatie. De partijen concluderen onder andere dat de sociale-economische positie van de bewoners - ondanks de fysieke vernieuwing - achter blijft bij het Amsterdamse gemiddelde. Daarnaast blijven er veel fysieke plannen op de plank liggen, omdat de draagkrachtige huishoudens van buitenaf weinig interesse hebben en de koopwoningen te duur zijn voor de huidige bewoners die een stap willen maken van een sociale huurwoningen naar een koopwoning (Pots, 2004). Ook is het gemeentelijke budget voor de stedelijke vernieuwing nagenoeg op.

Er komt in 2007 een herziening van het ontwikkelingsplan. Hierin staat dat er sterker zal worden ingezet op de verbetering van de positie van de huidige bevolking. De nadruk worden gelegd op het benutten van arbeidsplaatsen, vooral voor schoolverlaters, en het stimuleren van lokaal ondernemerschap. Procesmatig verandert er ook een hoop. Mede doordat het Rijk de corporaties onder druk zet, nemen de corporaties alle financiële risico’s van de sloop- en nieuwbouwplannen, het bouwen van maatschappelijk vastgoed (90.000 m2) en het opknappen van de openbare ruimte op zich. In ruil daarvoor krijgen zij meer vrijheid van handelen. De gemeente kan als democratisch gekozen orgaan alleen op hoofdlijnen toetsen.

De economische crisis van 2008 gooit echter roet in het eten. In 2011 staan er vele honderden nieuwe appartementen en grondgebonden woningen te koop. Eengezinswoningen van boven de € 260.000 waar nauwelijks belangstelling voor is (Pots, 2011). Huurders die al jaren op sloop of renovatie wachten, moeten nog meer geduld opbrengen. Vooral in buurten waar al met de vernieuwing was begonnen, groeit het wantrouwen tegen bestuurders en corporaties (Boer, 2012).

In 2012 wordt afscheid genomen van het 'Koersplan Parkstad'. Na langdurig overleg bereiken de gemeente Amsterdam, stadsdeel Nieuw-West en de corporaties een akkoord over de nieuwe koers: kleinschaliger, over een langere periode uitgespreid en minder ingrijpend (Van der Molen, 2012).
Er komen echter nog meer beren op de weg. In 2013 wordt de investeringscapaciteit van corporaties verkleint doordat minister Blok de verhuurdersheffing invoert en volgens de nieuwe woningwet van 2015 mogen corporaties geen koopwoningen of vrije sector huurwoningen meer realiseren. De keuze voor behoud en verbetering wordt mede daardoor steeds groter (Nio e.a., 2016).



Output
Hoe ziet de fysieke vernieuwing er tot nu toe uit? In 2016 zijn er bijna 9.500 nieuwe woningen gebouwd (39% van de voorgenomen 24.300) en 7.000 gesloopt (53% van de 13.300 woningen). Het aandeel sociale huurwoningen is - mede door sloop en verkoop - gedaald van 76% naar 53%. Er zijn 14 nieuwe basisscholen en vijf schoolgebouwen voor voortgezet onderwijs. Er zijn multifunctionele accommodaties gebouwd en er is veel geïnvesteerd in de groenvoorzieningen.

Outcome
Maar wat zijn de effecten van deze inspanningen? Daar zijn de meningen over verdeeld. Als je naar een aantal statistieken kijkt, kan je concluderen dat de ingrepen op bepaalde thema's wel effect hebben gehad en op andere niet. Zo wonen er gemiddeld nog altijd meer lagere inkomens dan in elders in Amsterdam. Bij deze cijfers wordt vaak naar het wijkgemiddelde gekeken, terwijl dit weinig zegt over de functie van een wijk en de ontwikkelingen van een individu. Daarnaast is niet alles te meten. Zeker als het gaat over de relatie tussen fysieke ingrepen en sociale veranderingen. Dat komt omdat cijfers veelal weinig zeggen over de kracht, identiteit en vitaliteit van een gebied. Des te mooier dat Ivan Nio, Arnold Reijndorp en Wouter Veldhuis hier in hun boek Atlas Westelijke Tuinsteden (2008) wel aandacht aan besteedden. Door middel van vooral kwalitatief onderzoek (observaties, groepsgesprekken, mental maps) zochten zij het verhaal achter de cijfers. En met behulp van een groot aantal kaarten en beeldmateriaal toonden zij het dagelijks leven in de diverse wijken.



Parkstad of stadswijk?
Vorige maand kwam de tweede versie van deze atlas uit. Naast een vergelijking door de tijd geeft het boek vooral meer inzicht in de diverse bevolkingsgroepen en hun gebruikspatronen. Via kaarten en tekst geeft het meer uitleg over de publieke ruimten, groenstructuren, rituelen, festiviteiten en voorzieningen. In het boek staat de onderzoeksvraag centraal of de ruimtelijke structuur in staat is om ruimte te bieden aan spontaniteit en sociale en culturele verstedelijking. Hebben de fysieke ingrepen - zoals bedoeld - bijgedragen aan een parkstad-achtige omgeving met harmonie en stabiliteit? Of heeft Nieuw-West ondanks of dankzij deze ingrepen zich ontwikkeld tot een stadswijk met 'conflicten' en een permanente dynamiek? De auteurs laten zien dat het dit laatste is.

In sociaal-economisch en sociaal-cultureel opzicht wordt Nieuw-West steeds meer een stadswijk met een grotere verscheidenheid aan koop- en huurwoningen en een grotere diversiteit aan bewoners. Dat laatste komt door de recente trek van blanke, hoogopgeleide huishoudens naar dit gebied (over de Ring), maar vooral - aldus de auteurs - door de groei van de allochtone middenklasse. Zij zijn met hun eigen winkels, voorzieningen en uitgebreide sociale netwerken bepalend voor de veranderende stadscultuur. De fysieke vernieuwing heeft ruimte geboden aan de ontwikkeling van deze nieuwe middenklasse van binnenuit. Kenmerkend is het citaat van een Turks-Nederlands stel dat sinds 2010 met hun twee kinderen in een eengezinskoopwoning in Geuzenveld woont. Toen er kinderen kwamen, kochten ze eerst een woning in de Vinex-locatie in Assendelft: "Een rustige plek, een veiligere plek. We konden daar niet aarden. Dus hebben we ervoor gekozen om terug te komen. We zijn alle twee in Amsterdam geboren en opgegroeid. In Amsterdam heb ik nooit het gevoel gekregen dat ik een buitenlander was."

Sociale menging
Net als Teymant (2013) concluderen de onderzoekers dat de sociale menging op het schaalniveau van Nieuw-West is toegenomen, maar dat op buurtniveau de verschillen scherper zijn geworden. Mensen wonen meer opeengehoopt en dichter bij mensen met andere culturen dan voorheen. Door de nieuwbouw zijn er ook nieuwe scheidslijnen ontstaan (of zichtbaar geworden) tussen kopers en huurders en tussen de oorspronkelijke bewoners en nieuwkomers. Nederlanders in de oudbouw voelen zich daarbij bedreigd door het succes van tweede en derde generatie migranten. En in de overgebleven goedkope, sociale huurwoningen ontstaat een toenemende concentratie van huishoudens met geen of lage inkomens. De menging op laag schaalniveau heeft dan ook niet het gewenste effect: "Uit andere onderzoeken en uit onze gesprekken blijkt dat deze wijze van menging eerder als een probleem wordt ervaren. Contacten worden overwegend onderhouden met bewoners die sociaal-economisch en in levenswijze gelijkenis vertonen. Ook uit eerdere onderzoeken blijkt dat er nauwelijks uitwisseling is tussen bewoners uit huur- en koopcomplexen [...] Het gedwongen samenleven met anderen vraagt om meer afstand. De gewenste sociale menging zou daarom een schaalniveau hoger moeten liggen in het publieke domein van straten, pleinen en parken."



Hoe nu verder?
In Nieuw-West zie je eigenlijk alle verschuivingen die de laatste jaren hebben plaatsgevonden in de gebiedsontwikkeling en stedelijke vernieuwing (zie ook stadslente.blogspot.nl/gebiedsontwikkeling). Van grootschalige sloopambities en verkoopprogramma's naar een meer integrale aanpak, waarin naast de stenen ook volop aandacht is voor sociale vraagstukken. Waarbij de nieuwe woningen niet alleen voor mensen van buitenaf zijn, maar ook voor mensen die binnen hun wijk een wooncarrière willen maken. En na de economische crisis zie je in veel gebieden een meer organische wijkaanpak die meer uitgaat en waardering heeft voor de identiteit en functie van een gebied en daarmee zoekt naar de kansen (i.p.v. tekortkomingen) van de bestaande bouw en haar bewoners. Door meer gebruik te maken van grootschalig onderhoud, renovatie en transformatie.

Nu de markt weer aantrekt en de woningvraag in Amsterdam blijft toenemen, is het de vraag of er een nieuwe verschuiving gaat plaatsvinden. Welke richting het in Nieuw-West ook wordt, het is te hopen dat er dan volop gebruik wordt gemaakt van deze publicatie, omdat deze volop inzicht geeft in de belangen, wensen en mogelijkheden van de geleefde stad.

Foto's: Gerben Helleman

Geraadpleegde literatuur en leestips

Coosje Berkelbach (2006) Rehabilitatie van een stadswijk: Zuidwest Kwadrant Osdorp (Amsterdam). In: Agricola & Helleman (2006) Tien jaar stedelijke vernieuwing; in vijftig teksten en projecten. Rotterdam: NAi Uitgevers/KEI kenniscentrum stedelijke vernieuwing.

Jaco Boek (2012) Bewoners klagen over stokkende vernieuwing van Nieuw-West.  In: NUL20, nr. 61, maart 2012.

Jaco Boer (2016) Uit de ban van de Ring. In: NUL20, nr. 84, januari 2016.

Jan Willem Duyvendak (2005) Samen vooruitkomen: Sociaal investeren in de Westelijke Tuinsteden. In: Een ongebonden blik. 7 essays over de vernieuwing in Amsterdam Nieuw West. Parkstad Amsterdam.

Gerben Helleman e.a. (2008) Amsterdam, Westelijke Tuinsteden. KEI kenniscentrum stedelijke vernieuwing/Platform 31. 

Gerben Helleman (2013) Leefbaarheid: meer dan een badkamer. Blog Stadslente.

Fred van der Molen (2012) Nieuw-West: van grootschalige naar kleinschalige vernieuwing. Exit ‘Parkstaddeal’. In: NUL20, nr. 63, juli 2012.

Fred van der Molen (2014) In de ban van de ring? In: NUL20, nr. 74, mei 2014.

Ivan Nio, Arnold Reijndorp, Wouter Veldhuis, Anita Blom, Hein Coumou (2016) Nieuw-West: parkstad of stadswijk. De vernieuwing van de Westelijke Tuinsteden Amsterdam. Atlas Westelijke Tuinsteden. Haarlem: Trancity.



Kees Tamboer (2005) Nieuwe kansen voor Nieuw-West. In: Een ongebonden blik. 7 essays over de vernieuwing in Amsterdam Nieuw West. Parkstad Amsterdam.

Ineke Teijmant (2013) Stedelijke vernieuwing en sociale jaloezie. In: Rooilijn, Jaargang  46, Nummer 1.

1 opmerking:

  1. In Utrecht is in 2009 besloten een wijkdeel te slopen tussen het Amsterdam-Rijnkanaal en het winkelcentrum Kanaleneiland. Het ging om 450 woningen. Er is besloten kunstenaars en creatieven toe te laten in de tussenliggende leegstand. Sophies Kunstprojecten heeft budget bedongen om mankracht en geld in te zetten om projecten te realiseren die leefbaarheid, veiligheid en imago verandering moesten bewerkstelligen. Er zijn 94 projecten gerealiseerd die allen voldeden aan de de doelstellingen. Wegens de crisis duurde het allemaal wat langer en is er besloten te renoveren. De hoog opgeleide tijdelijke bevolking wilde inmiddels graag blijven. De smet op de woningmarkt in dit deel van de stad bleek opeens verdwenen. Brecheisen makelaars meldt dat de huizen verkopen als zoete broodjes.

    BeantwoordenVerwijderen