zaterdag 1 februari 2014

Triumph of the City


Het is waarschijnlijk een van de meest positieve boeken over steden van de laatste tijd: 'Triumph of the City'. Geschreven door Edward  Glaeser, Professor of Economics op Harvard University. De rode draad is dat ideeën makkelijker verspreiden in dichtbevolkte gebieden. “We must free ourselves from our tendency to see cities as their buildings, and remember that the real city is made of flesh, not concrete”. Een samenvatting en recensie van dit veel geprezen boek in de Amerikaanse vakliteratuur. 

Ontmoetingen
Het boek start meer dan voortvarend. In de eerste hoofdstukken vertelt Glaeser in sneltreinvaart zijn visie op en de voordelen van steden. “Cities are the absence of physical space between people and companies. They are proximity, density, closeness. They enable us to work and play together, and their success depends on the demand for physical connection.” Zijn focus ligt dus op de interactie tussen personen en niet zozeer op stedelijke structuren en gebouwen. “Too many officials in troubled cities wrongly imagine that they can lead their city back to its former glories with some massive construction project – a new stadium or light rail system, a convention center, or a housing project. With very few exceptions, no public policy can stem the tidal forces of urban change. […] public policy should help poor people, not poor places.” Hiermee neemt hij een ander standpunt in dat veel Amerikaanse politici in het verleden: “Governments should encourage people to live in modestly sized urban aeries instead of bribing home buyers into big suburban McMansions.” En durft daarbij een gevraagd politiek standpunt in te nemen:  “A mayor who can better educate a city’s children so that they can find opportunity on the other side of the globe is succeeding, even if his city is getting smaller.” Een visie die ook wel eens wat vaker gebezigd mag worden door Nederlandse politici en beleidsmakers.

Armoede
Het boek richt zich vooral op de Amerikaanse situatie en de lessen die Amerikanen kunnen leren van steden elders in de wereld. Zo beschrijft hij enkele stedelijke vraagstukken in Bangalore, Kinshasa en Rio de Janeiro. Net als Doug Saunders in Arrival cities ziet hij deze megasteden niet als chaotisch of slecht functionerend, maar als een veilige thuishaven voor nieuwkomers. Vanwege de aanwezigheid van faciliteiten die gericht zijn op nieuwkomers en dankzij de aanwezigheid van familie of gelijkgestelden die een belangrijke rol spelen bij het uitwisselen van goederen, hulp en informatie. Glaeser is dus van mening dat we deze verstedelijking niet als iets problematisch moeten beschouwen. Is het immers niet dezelfde verhuisbeweging als in de 19de en 20ste eeuw in de Europese steden? Daarnaast relativeert hij het vraagstuk ook door een verfrissende blik op het geheel te geven: “Urban poverty should be judged not relative to urban wealth but relative to rural poverty  […] The great masses of the urban poor do create challenges that must be faced, but it’s far better to hope for a world where cities can accommodate millions more of the rural poor than to wish that those potential migrants would end their days in agricultural isolation.” Dit wil overigens niet zeggen dat hij zijn ogen sluit voor de keerzijde van deze immense migratie. Hij kiest daarbij voor een minder liberale oplossing dan je van een Amerikaan verwacht: “Every crowded city faces a potential congestion problem. The same density that spreads ideas can spread disease. These problems are not intractable, but they often require the intervention of an active, even aggressive, public sector […] Urban governments in developing countries must do what the cities of the West did in the nineteenth and early twentieth century’s: provide clean water while safely removing human waste.”


Suburbanisatie
Een van de hoogtepunten in het boek is wanneer Glaeser zijn eigen wooncarrière schetst en vervolgens schoorvoetend moet toegeven dat zelfs hij na vele jaren de stad heeft verlaten en nu in 'suburb' woont in Houston. Glaeser is er sterk van overtuigd dat de suburbanisatie (van de centrale stad naar de voorsteden en van de Rust Belt naar de Sun Belt) in de vorige eeuw voor de neergang van Amerikaanse steden heeft gezorgd. “While the car may have been born in the city, it ended up being a very rebellious child. Automobiles enabled Americans to live in distant suburbs away from streetcars or sidewalks. Trucks enabled factories to locate far away from rail lines. The car and the truck both enabled space-hungry people and firms to leave dense urban areas. […] We’re are using our infrastructure money more to make rural America accessible than to speed the flows of people within dense urban areas.” Naast de verhoogde mobiliteit zijn er nog een aantal andere factoren die ervoor hebben gezorgd dat huishoudens zich wilde verplaatsen: meer leefruimte, betere scholen en goedkope en grotere woningen. Maar bovenal, aldus Glaeser, is er een grote rol weggelegd voor de overheden die via subsidies en voordelige belastingen de 'suburbs' groot hebben gemaakt. “There is no sense in blaming the suburbs or the suburbanites. The fault lies in our policies and regulations, which have created incentives that force too many Americans to leave our cities. […] There is little reason why federal tax policy should subsidize those who buy big […] The government’s job is to allow people to choose the life they want, as long as they are paying for the costs of that life-style. Yet today, public policies strongly encourage people, including me, to sprawl.” (zie voor een mooi persoonlijk verhaal over de beweegredenen om naar een 'suburb' te verhuizen dit artikel op NextCity)



Duurzaamheid
Een van die kostbare kanten van de suburbane leefstijl is het energieverbruik en de negatieve invloed daarvan op het milieu. “If the entire world starts looking like Houston, the planet’s carbon footprint will skyrocket. Houston residents, for all the sensible suburban logic of their lives, are some of the biggest carbon emitters in the country. All those 90-degree days and all that humidity mean that Houston is a ravenous consumer of electricity. All that driving gobbles up plenty of gas.” Naast de airconditioning en het overmatige landgebruik wijst Glaeser uiteraard ook op het enorme autogebruik. Van huis naar werk, maar ook van huis naar school en “driving our SUVs to the mall”. “To give cities a level playing field, drivers [commuters / suburbians] should be charged for the pollution their gas usages causes, and they shouldn’t get that money back in the form of more roads.” De rode draad is, ook hier, dat de stad al deze nadelen niet heeft: “Residing in a forest might seem to be a good way of showing one’s love to nature, but living in a concrete jungle is actually far more ecologically friendly.”


Betaalbaarheid
Glaeser laat zien dat het uitgavenpatroon van de gemiddelde Amerikaan afhankelijk is van zijn/haar woonkeuze en dan vooral de locatie. Niet iedere Amerikaan is zich echter bewust van dit kostenaspect als zij een nieuwe woning zoeken. Daarom heeft de 'U.S. Department of Housing and Urban Development' en de 'Department of Transportation' een zogenaamde ‘Housing and Transportation Affordability Index’ samengesteld waar je een kosten-batenanalyse van jouw woonlocatie kan maken, rekening houdend met woonprijzen én transportkosten. Emily Badger vat het mooi samen op the Atlantic Cities: “People can now look up and compare the typical combined costs of housing and transportation for a range of different household types, down to the block group level. Local policymakers might also use the site to decide whether to rezone a parcel of land or where to construct a new subway stop.

Aanbevelingen
Bovenstaande maatregel krijgt waarschijnlijk wel de goedkeuring van Glaeser. Zijn beleidsaanbevelingen richten zich echter vooral op maatregelen die de stad beter moeten maken. “We should not force urban growth, but we must eliminate the barriers that artificially constrain the blossoming of city life.” Een compilatie van zijn aanbevelingen:
  • Many buildings must be protected in terms of beauty and history, but cities also must grow to thrive. Allow change;
  • Limiting high-rise development doesn’t guarantee interesting, heterogeneous neighborhoods. It just guarantees high prices;
  • We should helping poor people instead of poor places [Detroit] and poorly run businesses [General Motors];
  • See immigration as something essential to urban success;
  • The presence of poverty in cities from Rio to Rotterdam reflects urban strength, not weakness. […] It is fairer, both to the poor and to cities, if social services are funded at the national rather than the local level;
  • Don’t give something away for almost free [benzine], because people will use too much of it [energieverbruik];
  • National policy should strive to enrich and empower everybody [not only home owners];
  • National policy [Wonen en infrastructuur] should not push people to live in any particular spot [suburbs];
  • The bottom-up nature of urban innovation suggests that the best economic development strategy may be to attract smart people and get out of their way;
  • It would be a mistake for cities to think that they can survive solely as magnets for the young and the hip. […] Focus on providing the core public services that have always been the province of cities: safe streets, fast commutes, good schools;
  • Education is, after the January temperature, the most reliable predictor of urban growth. […] America needs systematic reform [of the education system], not just more cash.
Overzicht
Het is een heerlijk boek om te lezen. Zeker voor wie geïnteresseerd is in stedelijke vraagstukken, laat staan de Amerikaanse stedelijke ontwikkeling. Wat echter jammer is, is dat Glaeser al zijn kruit verschiet in de introductie. Als je de eerste hoofdstukken hebt gelezen, heb je inzicht in al zijn belangrijkste standpunten, observaties en meningen. In de andere hoofdstukken werkt hij dit wel verder uit met historische beschrijvingen, persoonlijke verhalen en verschillende statistieken, maar soms voelt dit alles toch als mosterd na de maaltijd.
Het is ook een gemis, zeker bij een wetenschapper, dat hij alleen statistieken en verhalen gebruikt die zijn standpunten bevestigen. Er is weinig ruimte voor reflectie of andere inzichten. Waarschijnlijk omdat Glaeser volledig is overtuigd van zijn visie. Voor het grootste deel kan ik me daar ook wel in vinden, maar iets meer nuance is soms toch wel gewenst. Aan de andere kant is deze uitgesproken mening ook wel de sterke kant van het boek. Vooral in het eerste en laatste hoofdstuk voel je zijn boosheid en teleurstelling met het huidige (anti-)stedelijke beleid in de Verenigde Staten. Zijn streven naar meer dichtbevolkte gebieden ten behoeve van het rond- en vooruitkomen van de stedelijke bevolking. En uiteraard zijn continue pleidooi voor stedelijk beleid zodat de stad kan floreren.

This review is also available in English


Foto 1: San Francisco. Foto door Gerben Helleman

Foto 2: Verkeersdrukte nabij Houston. Foto van Tumblr. 
Foto 3: Chicago. Foto van Tumblr

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen