woensdag 27 november 2013

Het creëren van levendige, publieke ruimten: de kracht van observeren, bewonerswensen en activiteiten

Battery Park, New York
Vorige week gaf Fred Kent, de directeur en oprichter van ‘Project for Public Spaces’ een inspirerende lezing over ‘placemaking’: een vraaggerichte aanpak om openbare ruimten te verbeteren. Dit op basis van jarenlange ervaring. Zo werkte Kent onder andere aan het Bryant Park en Times Square in New York. “We have to turn everything upside down, to get it right side up.”  

PPS
Project for Public Spaces (PPS) is opgericht in 1975 en is een onafhankelijke non-profitorganisatie die zich richt op planning, ontwerp en educatie zodat bewoners en gebruikers hun openbare ruimten kunnen onderhouden en sterkere gemeenschappen kunnen bouwen. Hun aanpak is er op gericht om openbare ruimten om te toveren tot levendige plekken door het aanboren van lokale krachten en wensen. Kent: “If you plan cities for cars and traffic, you get cars and traffic. If you plan for people and places, you get people and places.” Zo simpel is het.

Straatleven
Voordat Kent PPS oprichtte studeerde hij met cultureel antropoloog Margat Mead en werkte hij samen met journalist en onderzoeker William H. Whyte aan het beroemde ‘Street Life Project’. Hij assisteerde bij het observeren en de filmanalyse van pleinen, straten, parken en andere publieke ruimten in New York. Dit onderzoek resulteerde in de klassieker uit 1980: ‘The Social Life of Small Urban Spaces’. In dit boek vind je de belangrijkste beschrijvingen van het gedrag van mensen in de openbare ruimte. Voor wie meer wilt weten over het project is deze film op vimeo een absolute aanrader. 

Placemaking
Doordat de interactie tussen de gebouwde en geleefde omgeving een complex vraagstuk is, ontstaan er te vaak lege publieke ruimten. Of zoals Whyte zei: “It’s hard to design a space that will not attract people. What is remarkable is how often this has been accomplished.” Gebaseerd op het gedachtegoed van Whyte, Jane Jabobs en anderen, heeft PPS een aanpak ontwikkeld die bewoners kan helpen om een betere publieke ruimte te creëren.  En dan gaat het zowel over parken, pleinen, stoepen, straten en alle andere ruimten, zowel binnen als buiten, die publiek toegankelijk zijn. Kent: “Placemaking is turning a [public space] from a place you can’t wait to get through, to one you never want to leave. The placemaking process localizes and is a community process which creates true human empowerment, social and place capital.”
Placemaking is dus niet hetzelfde als het ontwerpen van een gebouw, een plein of het ontwikkelen van een winkelgebied. Wanneer de gebruikers invloed mogen hebben en daadwerkelijk genieten van die plek door de aanwezigheid van zowel sociale als fysieke attributen, dan spreekt PPS pas over placemaking.


City lounge in St. Gallen (Switzerland)
Doelen
Placemaking faciliteert het ontwikkelen van activiteiten en verbindingen (cultureel, economisch, sociaal, ecologisch) om een bepaalde plek een identiteit te geven. PPS wil stedenbouwkundige, ontwerpers en architecten laten zien dat ze verder moeten kijken dan hun neus lang is, omdat ze te vaak en te veel gericht zijn op eendimensionale doelen en hun eigen professionele discipline.  “We have to turn everything upside down, to get it right side up. From a top-down approach, to a community-led approach that focuses on places. So that people can create good places for themselves by discovering their own abilities or identities.”En daarmee hopelijk ook een vorm van verantwoordelijkheid bij die gebruikers. In een interview met The Atlantic zei Kent het als volgt: “To achieve that, we talk to the people who live, work, and play in a particular space. We ask them questions. We listen to them. We find out what they need and what they aspire to. Then we take that information and create a vision, which can evolve quickly into a strategy for implementing change.”

Grondbeginselen
Placemaking gaat dus over het plannen, ontwerpen, onderhouden en programmeren van publieke ruimten.  “Design is a small but significant part of placemaking. Managing and programming the space is the most critical […] Ninety percent of success in public spaces is about management. Lots of cities create spaces but don’t manage them.” Dit is een van de elf Principles of Placemaking,die PPS heeft opgesteld na jarenlange ervaring in binnen- en buitenland. Andere zijn bijvoorbeeld: ‘The Community Is The Expert’, ‘Create a Place, Not a Design’ en ‘You Can See a Lot Just By Observing’. Het zijn allemaal richtlijnen die bewoners kunnen helpen om zelf aan de slag te gaan. In zijn presentatie gaf Kent nog een paar uitgangspunten, die moeilijk te bestrijden zijn: “We have to get from inadequate to extraordinary […] People attract people attract people […] Bring the inside out […] Each place has its own identity  […] Money is never the issue […] We have to evolve from a big government to a facilitative government […] Thinking small in a big way.”

Place des Vosges, Paris
Simpeler, sneller en goedkoper
Het verbeteren van openbare ruimten kan alleen als je geduld hebt en kleine stappen onderneemt. Door aan de ene kant goed te luisteren (kijken) naar de gebruikers en te ervaren wat het beste voor de desbetreffende plek werkt. Daarom is een van de uitgangspunten dan ook dat het proces niet hoeft te leiden tot een duur, bijzonder en definitief ontwerp en/of programma. “The complexity of public spaces is such that you cannot expect to do everything right initially”. Het advies is om te experimenteren met korte termijn verbeteringen die je in de loop der jaren kan testen en aanpassen. Zaken zoals zitplekken, terrasjes, kunstvoorwerpen, zebrapaden, tuinen en muurschilderingen zijn voorbeelden van inspanningen die weinig geld kosten en snel kunnen worden gerealiseerd.

Activiteiten
De rode draad van zijn lezing (en in bepaalde mate ook wel een eye-opener voor mij) is dat het vooral gaat om bestemmingen te creëren door het toevoegen van activiteiten aan openbare ruimten. “Bear in mind that people who are not in the design industries think about a place in terms of what they can do there. […] Great places are about what people do in them, and how they feel, use, and 'own' those places.” Kent gaf een fantastisch voorbeeld van een ontwerpwedstrijd voor een brug in Providence (hoofdstad van de staat Rhode Island). De buurt vond de eerste schetsen niet geslaagd, doordat het een architectonisch hoogstandje werd. Kent en zijn team werden ingehuurd en na het laten zien van enkele foto’s  van bruggen elders in de wereld verschoof de vraag ineens van ‘hoe moet de brug eruit zien?’ naar ‘wat moet er op en om de brug gebeuren?’. De noodzakelijke verschuiving van een projectgerichte en ontwerpgerichte planvorming naar die van placemaking. Oftewel: het combineren van de geplande en geleefde stad. Kent:  “So, it’s not about design, but about personality, destinations, activities, connection between people.” Hij versterkte zijn verhaal vervolgens door het laten zien van een paar schitterende foto’s van plekken waar gebruik is gemaakt van waterelementen. “When people take of their shoes, you know you created a great place.” Een andere mogelijkheid om wat reuring te creëren, is door het introduceren van eten. “Ice cream is something that brings people together. A shared experience and chaotic happiness.” 

Power of 10
Volgens Kent moeten publieke ruimten plekken zijn die meerdere redenen hebben om daar naartoe te gaan. Ze hanteren hierbij het zogenaamde ‘Power of 10 principle’. In het kort: als een stad wil bloeien, moet het tien buurten hebben met ieder tien interessante bestemmingen, die weer bestaan uit tien plekken waar je minimaal tien verschillende dingen kan doen. “It’s not about the number ten, it’s about creating a critical mass of public spaces. This also speaks powerfully to both local residents and members of a community as well as decision-makers at a municipal level.”


http://www.pps.org/reference/grplacefeat/Handreikingen
Het mooie van PPS is dat zij verschillende tips en trucs op hun website plaatsen. Zo vind je hier naast de eerder genoemde grondbeginselen ook enkele instrumenen, zoals de ‘Place Performance Evaluation Game’. Aan de hand van een korte vragenlijst kunnen de gebruikers elkaar leren kennen en krijgen ze nieuwe inzichten over hun publieke ruimten. Daarbij kunnen ze ook gebruik maken van de ‘Place Diagram’ (zie hiernaast) om plekken te evalueren. De binnenste cirkel geeft de hoofdkenmerken weer, de middelste cirkel de immateriële kwaliteiten en de buitenste cirkel de eventuele statistieken die gebruikt kunnen worden.


Voorbeelden
Wat wel duidelijk wordt, is dat Kent sceptisch is over de geplande stad in het algemeen en iconische architectuur en landschaparchitecten in het bijzonder. In zijn visie zorgen de moderne ontwerpen van vandaag de dag ervoor dat het leven uit de steden wordt getrokken. In het eerder genoemde interview met The Atlantic gaf het volgende voorbeeld: “Take Frank Gehry's Guggenheim Museum Bilbao, which succeeds spectacularly as an iconic structure, but fails miserably as a public space” (see the Hall of Shame on PPS). “Contrast that to Balboa Park in San Diego, which gets 10 million visitors per year without any trendy buildings or fancy design gimmicks. It's just a great park that offers people the activities and amenities they actually want.”

Donderdag liet hij twee plekken in Toronto zien die hij in 2012 had bezocht. Een ontwerpgerichte bestemming (Sherbourne Common) en een organisch ontwikkelde bestemming (Dufferin Grove Park).  De eerste won een nationale architectuurprijs voor het gebouw, terwijl de openbare ruimte eromheen door niemand wordt gebruikt. De tweede is een park met een Portugese broodoven, een openluchttheater(tje), een natuurlijke speeltuin, een boerenmarkt en een groot aantal buurtevenementen. Met andere woorden: “It features a mix of activities and types of spaces which brings live to it.”
Het Lincoln Center (New York) is volgens Kent een ander slecht voorbeeld: “It is design-focused but it is also mostly deserted because it is an elitist place where people do not feel comfortable. Look to all the things you can’t do!” Hetzelfde geldt voor het Museumplein (Amsterdam). Het is geen bestemming of plek waar je afspreekt: “All you can see is buildings and objects, but what can you do here? It’s so one-dimensional: you only can sit on the grass.”

Op de website van PPS vind je nog meer voorbeelden van publieke ruimten die leeg, onveilig en onbereikbaar zijn, zoals: Union Square (San Francisco), 42nd street/Times Square Subway Station en Wall Steet (New York) en Parque de la Memoria (Buenos Aires), Forum des Halles (Parijs) and Schouwburgplein (Rotterdam).

Positieve voorbeelden zijn Dekalb Farmers Market, Bryant Park (beideNew York), Jackson square (New Orleans), Perth Cultural Centre (Autralië) en het Vondelpark (Amsterdam). Waarom deze plekken wel werken? Omdat dit plekken zijn die zorgvuldig worden beheerd. Er zijn verschillende manieren om te kunnen zitten en uit te rusten en er zijn meestal verschillende activiteiten en evenementen. Met andere woorden: er zijn veel dingen te doen (zitten, picknicken, spelen, wandelen, eendjes voeren, skaten, fietsen, rennen, observeren, lezen, winkelen, etc.).









Conclusie
De lezing was erg onderhoudend en inspirerend. Het is mooi om aan de hand van de verschillende foto’s te zien dan hun methode echt werkt. De enige kanttekening die je zou kunnen plaatsen is dat veel van hun voorbeelden wel gericht zijn op drukke, stedelijke centra met (in potentie) vele verschillende functies. Hoe moet je echter omgaan met de publieke ruimten in woonbuurten met een lagere dichtheid en minder functies? Hoe maak je hier een verbinding tussen de woningen, de straat, de parkeerplaatsen en de openbare ruimten? Zonder bijvoorbeeld winkels op de begane grond wordt het veel lastiger om dezelfde soort resultaten te behalen. Kent gaf toe dat dit waarschijnlijk eens van de moeilijkste opgaven is. Aan de andere kant kan je ook bij dit soort publieke ruimten in gesprek met de bewoners en gebruikers over hun wensen om vervolgens – simpel en goedkoop – plekken te creëren waar je kan zitten, spelen, praten, lezen, rusten, ontmoeten, etc.

There is also an English version of this report at urbanspringtime.blogspot.nl

Geraadpleegde bronnen en leestips

Samantha Michaels (2011) A Conversation With Fred Kent, Leader in Revitalizing City Spaces. The Atlantic.

Ambre Nicolson (2013) Urban soul: Fred Kent on the power of people-driven placemaking. Capetown partnership. 

PPS (2013) About

PPS (2013) The 11 Principles of Placemaking

PPS (2013) What is Placemaking?

Foto's door: Gerben Helleman

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen