zondag 1 juli 2012

Geen woorden, maar daden

Afgelopen vrijdag was ik in Rotterdam omdat KEI, het kenniscentrum voor stedelijke vernieuwing, in haar huidige vorm ophoudt te bestaan. Ter gelegenheid daarvan organiseerde ze een inspirerende wandeling door Rotterdam Noord. Een bruisend stadsdeel met een grote verscheidenheid aan bouwstijlen, woningtypen, bewoners en ondernemers. Maar wat vooral inspireerde waren de projecten rondom het Hofplein waar druk wordt geëxperimenteerd met nieuwe stedelijke strategieën. Initiatieven van onderop, waarbij bewoners en ondernemers een nieuw leven proberen te geven aan de geplande stad.

Mini Mall in de Hofbogen. Bron foto: Gerben Helleman

Hofbogen
Het Hofpleinlijnviaduct is een 1,9 kilometer lang buiten gebruik gesteld spoorwegviaduct dat dwars door Rotterdam Noord gaat. Het viaduct telt 189 bogen die oorspronkelijk open zouden blijven, maar al in 1909 was een goed deel van de ruimtes onder de bogen als bedrijfsruimte of opslagruimte verhuurd. In 2006 reed de laatste NS-trein over het spoor en tot augustus 2010 maakte de RandstadRail gebruik van het viaduct. In 2006 was het echter al in eigendom gekomen van woningcorporaties Havensteder en Vestia. Het doel van de aankoop is om het verwaarloosde Hofpleinviaduct weer in oude glorie te herstellen en daarmee actief bij te dragen aan de kwaliteit van de publieke omgeving. “Een zorgvuldige herinrichting van dit voormalige spoortracé tot een (semi)publiek verblijfsgebied zal een leidende bijdrage leveren aan de kwalitatieve opwaardering van noordelijke stadswijken van Rotterdam”, aldus de website. “Het herontwikkelde viaduct zal echter niet alleen een aanwinst zijn voor wijkbewoners maar zal door zijn unieke combinatie van stoere ingenieursarchitectuur en aantrekkelijk programma ook andere Rotterdammers moeten verleiden een bezoek te brengen aan deze uitzonderlijke plek in de stad.”
Dat laatste lijkt langzamerhand te gaan lukken. Na veel jaren van discussiëren en plannen maken, zijn vorig jaar de eerste winkels in de hofbogen geopend. In de zogenaamde ‘Mini Mall’ zit een interessante mix van jonge ondernemers met unieke shops die je in het centrum niet snel zal vinden. Met bijvoorbeeld vintage kleding, stripboeken en tweedehands meubels. Het best lopen echter de cafés waar de de ‘high wine’ en ‘latte macchiato’ volop aftrek vinden. Het is daarmee een nieuwe creatieve hotspot waarbij slim wordt ingespeeld op het gebrek aan betaalbare locaties elders in Rotterdam. Helemaal volgens de traditie/theorie van Richard Florida, die van mening is dat de menselijke creativiteit de nieuwe motor is voor stedelijke ontwikkeling.

Mini Mall in de Hofbogen. Bron foto: Gerben Helleman





Dakakker. Bron foto: Gerben Helleman
Het Schieblock
Dit pand ten zuidoosten van het Centraal Station past in het verlengde van bovenstaande verhaal. Het kantorencomplex uit 1959 bestaat uit zeven verdiepingen en staat al sinds 1991 leeg. In principe zou het complex gesloopt worden, maar door het uitblijven van binnenstedelijke ontwikkeling was de toekomst onzeker. Vervolgens is het jarenlang gekraakt.en sinds 2010 is het omgedoopt tot ‘laboratory for urban development’. Op particulier initiatief is, met steun van eigenaar LSI en het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam, een vijfjarenplan ontwikkeld voor de tijdelijke transformatie van dit gebouw. Zo zijn er werkstudio’s gecreëerd waar nu zo’n tachtig kleine en middelgrote bedrijven in zijn gehuisvest. Ook hier betreft het vooral creatieve ondernemers (je vraagt je soms af hoeveel er een stad kunnen zijn).
Daarnaast heeft men in en om het gebouw een groot aantal verschillende, semi-publieke ruimten gemaakt. Naast een Biergarten en een podium voor lezingen en debatten, is vooral de Dakakker, boven op het Schieblock spraakmakend. Een typisch project dat is geïnspireerd door de dakparken en daktuinen die ook al een aantal jaren in het buitenland zijn te signaleren, zoals in New York (artikel NYTimes / voorbeeld 1 / voorbeeld 2). Hier gaat het om een moestuin waarmee de (on)mogelijkheden van lokale voedselproductie in de stad wordt onderzocht. De fabrique Urbaine dat ook in het gebouw is gehuisvest, lijkt in te spelen op een andere trend, namelijk die van ‘chairbombing’. In deze semipublieke werkplaats vervaardigt men - met behulp van lokale bronnen - onder andere meubilair voor de buitenruimte.

Luchtsingel
Meest spannende en in het oog springende initiatief is echter de (toekomstige) luchtbrug. Een 360 meter lange houten voetgangersbrug die verschillende plekken (zoals Rotterdam CS, het Schieblock en de Hofbogen) met elkaar probeert te verbinden en zo vooral een einde probeert te maken aan de isolerende werking van het spoor en de drukke wegen. Het project van architectenbureau ZUS won in 2012 het burgerparticipatieproject Stadsinitiatief met maar liefst 48% van de stemmen (19.313 stemmers). Het won daarmee een subsidie van € 4 miljoen wat zal worden gebruikt om een start te maken met de Luchtsingel en ontwikkelingen rondom de brug aan te zwengelen, op te starten en te stimuleren. De totale kosten zijn geraamd op circa € 7 miljoen.


Voor de resterende financiering wordt gebruik gemaakt van ‘crowdfunding’, nog zo’n stedelijke trend die is komen overwaaien. Het is een alternatieve manier van financieren waarbij niet een bank, vastgoedontwikkelaar of gemeente het project financiert, maar waarbij gebruik wordt gemaakt van meerdere financiers. In het geval van de luchtsingel kan iedere geïnteresseerde een stukje brug kopen met de eigen naam erop. Voor € 25 heb je al een houten plank. Ander voordeel van crowfunding is dat het project steeds meer begint de leven onder de bewoners en omstanders (mond-op-mondreclame) en dat er een band wordt opgebouwd met de donateur, die je later weer kan gebruiken voor andere projecten. En hoe groter de massa, hoe makkelijker het wordt om de politiek of andere investeerders te overtuigen van dit idee.
Dit particulier initiatief roept nog genoeg vragen op over de gemeentelijke steun, de realisatie en het toekomstig beheer, maar dat is denken vanuit problemen en de traditionele systeemwereld. Vooralsnog is het vooral een mooi initiatief van enkele stedelingen die hun nek durven uit te steken en zo zelf proberen de stad te maken. Wie wilt bijdragen: http://www.imakerotterdam.nl/hoe/

Het eerste deel van de luchtsingel.Bron foto: Gerben Helleman






Rode draad
Al met al mooie initiatieven die aansluiten bij de lokale behoeften. Met een hoog ‘niet lullen, maar poetsen’-gehalte. Tegelijkertijd zijn het spannende, experimentele projecten die mogelijk een alternatief gaan bieden voor de traditionele manieren van stedelijke ontwikkeling. Niet voor niets is dit gebied door de IABR omgedoopt als testplek voor nieuwe stedelijke ontwikkelmodellen en strategieën: "Hier vindt gebiedsontwikkeling vanuit de kleine korrel plaats. Niet vanuit een grootschalig blauwdrukplan, maar vertrekkend vanuit kwaliteiten in de bestaande situatie." 
Het was daarmee ook een passende afsluiting van twaalf jaar KEI. Vanwege de uitgekozen wandeling (kleinschalig, interactief), maar vooral omdat de projecten goed passen bij de visie die KEI altijd heeft uitgedragen: “Stedelijke vernieuwing moet in de eerste plaats gaan over de stad en de mensen. Dat is niet vanzelfsprekend. Het gaat vaak veeleer over vastgoed of doelgroepen, geld of rendement. [...] Stedelijke vernieuwing is het repareren van de stad. […] Dat is een zich voortdurend herhalend proces en vraagt om kennis van de problematiek en om creativiteit in de oplossingen. We moeten daarom veel dichter op de huid van de stad durven te zitten, dichter bij de realiteit van bewoners, gebruikers en ondernemers zien te komen. Beter zoeken en gebruik maken van potenties en kwaliteiten. En tegelijk verbindingen weten te leggen met de sociaaleconomische ontwikkelingen en de dynamiek en diversiteit van de stad.” Laten we hopen dat het KEI ook lukt om in haar nieuwe vorm deze boodschap te blijven verkondigen en ons tegelijkertijd laat kennismaken met dit soort vernieuwende vormen van gebiedsontwikkeling.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen