woensdag 24 augustus 2016

Op zoek naar nieuwe verhoudingen (de publicatie)

Stedelijke vraagstukken zijn van alle tijden, maar de laatste jaren staat vooral de vraag centraal wie de stad gaat vormgeven. Gebeurt dat op dezelfde manier als in de afgelopen zestig jaar waarbij de traditionele partijen, zoals gemeenten, corporaties en ontwikkelaars het voortouw nemen? Partijen die van bovenaf en met behulp van vooral statistieken en wensbeelden de ruimte en de samenleving proberen te ordenen? Of ontstaat er een nieuw stedelijk speelveld waarin deze wensbeelden van beleidsmakers meer wordt verweven met de behoeften, ervaringen, potenties en initiatieven van burgers en nieuwe stadsmakers? In de publicatie 'Op zoek naar nieuwe verhoudingen' van de Haagse Hogeschool (Lectoraat Grootstedelijke Ontwikkeling) beschrijf ik op basis van mijn eigen observaties en ervaringen de zoektocht van partijen naar deze nieuwe rol- en taakverdeling. In dit artikel een samenvatting en verwijzingen naar leestips.

Geplande - geleefde stad
Binnen het stedelijk speelveld is er een bepaalde spanning tussen aan de ene kant de wensbeelden en werkwijzen van overheden, planners en beleidsmakers en aan de andere kant de dagelijkse werkelijkheid van burgers. Tussen beleidsmakers die werkinstructies schrijven (‘hoe het zou moeten’) en de uitvoerders (‘hoe het daadwerkelijk werkt’). Het is ‘de stad zoals die wordt gemaakt en bedacht’ tegenover ‘de stad zoals die wordt beleefd, ervaren en ingevuld’. Dat is wat in de publicatie (en op dit blog) wordt bedoeld met de spanning tussen de geplande en geleefde stad.

In tabelvorm:


Geplande stad

Geleefde stad
Professionals
-
Bewoners en gebruikers
Ideaal, wensbeelden
-
Realiteit, werkelijkheid
Lange termijn
-
Korte termijn
Vakkennis, sectoraal
-
Gebiedskennis, integraal
Statistieken
-
Beelden en verhalen
 Probleem-, aanbodgericht
-
Oplossings-, vraaggericht
 Grootschalige vernieuwing
-
Kleinschalige aanpassing
Nieuwbouw
-
Hergebruik
Gebieden, gebouwen
-
Sociale interacties, routines
Huis
-
Thuis
Stad maken
-
Stad eigen maken
Gestructureerd, grijpbaar, voorspelbaar
-
Spontaan, ongrijpbaar, onzeker
Formeel
-
Informeel
Van bovenaf
-
Van onderop
Procedureel, geordend
-
Organisch, chaotisch
 Bureaucratisch
-
Willekeur
Verticaal georganiseerd (hiërarchisch)
-
Horizontaal georganiseerd (plat)
Strategisch niveau
-
Operationeel niveau
Stedelijke vraagstukken
-
Individu
Lineair proces (blauwdruk)
-
Cyclisch, zichzelf herhalend proces
Standaardisatie
-
Extreme diversiteit
Rationeel handelen
-
Uitproberen, improviseren
Effectiviteit, efficiency
-
Plezier, emotie, eigen tempo

Anderen gebruiken termen als 'systeemwereld - leefwereld' (zie ook dit filmpje) of 'harde stad - zachte stad'. Welke term je ook gebruikt, er zijn verschillende perspectieven om aan de slag te gaan met stedelijke vraagstukken. Daarbij wordt vaak gekeken naar de driehoek overheid-markt-burger. Iedere partij heeft daarbij zo zijn eigen perspectief op de werkelijkheid. De ene keer zijn die ziens-, denk- en werkwijzen complementair en versterken ze elkaar. De andere keer zorgt dat voor spraakverwarring, spanningen of onbegrip. In de publicatie beschrijf ik vanuit dat oogpunt diverse stedelijke thema's. Dit op basis van mijn eigen ervaringen in de praktijk. Hierbij benoem ik de verhoudingen tussen de verschillende betrokken partijen en hun perspectief op de werkelijkheid. Met als doel om zo meer bewustzijn te creëren voor het feit dat je op verschillende manieren naar een gebied, samenleving, object, wijk of stad kan kijken. Wie zich hier van bewust is, kan de verschillende werelden makkelijker met elkaar verbinden en botsingen voorkomen.

Nieuwe verhoudingen
Dat de spanning tussen de geplande en geleefde stad de laatste jaren meer aan de oppervlakte komt, heeft te maken met een aantal trends. Beide werelden zijn namelijk door verschillende politieke en maatschappelijke ontwikkelingen in beweging waardoor er een nieuw stedelijk speelveld aan het ontstaan is met nieuwe spelers, andere rolverdelingen, regels en organisatievormen.
Zo wordt het gesubsidieerd werk binnen de geplande stad gedeeltelijk afgebouwd, vanuit het idee dat dit moet worden overgenomen door de burger zelf, door vrijwilligers of door marktpartijen. Burgers op hun beurt willen meer zeggenschap en sommige burgers nemen zelf initiatieven. Een deel van de formele organisaties wil hier ook op aansluiten door op andere manieren plannen te maken of door hun dienstverlening meer vraaggericht aan te bieden. Zij zijn met andere woorden op zoek naar nieuwe werkwijzen die beter aansluiten bij de behoeften, mogelijkheden en verantwoordelijkheden van burgers. Professionals vragen zich daarbij af wat zij van burgers mogen verwachten (zelfredzaamheid, betrokkenheid). Terwijl burgers zich afvragen wat zij van professionals mogen verwachten (dienstverlening, participatie).

Dat deze vragen nu zo opspelen, komt voor een groot deel door de maatschappelijke ontwikkelingen binnen de geleefde stad (individualisering, informatisering, internationalisering, informalisering, intensivering - zie het SCP rapport voor meer uitleg) en de ontwikkelingen binnen de geplande stad (resultaatsturing, bureaucratisering, marktwerking, versnippering, beroep op eigen kracht, decentralisaties). In de literatuur heeft men het dan vaak over de vrije, ondernemende burger aan de ene kant en de formele organisaties met al hun regels aan de andere kant. Er worden met andere woorden bedenkingen geuit bij de Nederlandse planningstraditie met het bijbehorende ordeningsapparaat en de gereguleerde verzorgingsstaat. Men spreekt dan over onpersoonlijke instituties die als traag of stroperig worden getypeerd, die niet adequaat reageren op vragen van burgers, die te veel in blauwdrukplannen en regels denken en die hameren op zorgvuldigheid, resultaat en gelijkheid in plaats van op maatwerk.

Dit vraagstuk lijkt misschien iets van de laatste tijd, maar in de loop der jaren zijn er steeds nieuwe zienswijzen geweest over de manier waarop we steden (en de samenleving) moeten inrichten. Bepaalde beleidsvisies zijn per periode meer of minder dominant zijn. Dat zie je binnen de verzorgingsstaat, maar ook binnen de welzijnssector en de gebiedsontwikkeling. In de publicatie beschrijf ik een aantal ontwikkelingen binnen de geplande en geleefde stad die voor nieuwe verhoudingen tussen partijen zorgen. Volop aandacht is er daarbij voor de relatie tussen de beleidsmakers en beleidsuitvoerders binnen het wijkgericht werken en voor de relatie tussen professionals en burgers. Hieronder een preview van deze laatste twee thema's.


Wijkgericht werken
Op het wijkniveau komen de beleidsmakers uit de geplande stad en de uitvoerders en bewoners van de geleefde stad elkaar regelmatig tegen. Zij hebben veelal verschillende meningen over de wijk. Maar ook tussen verschillende organisaties (gemeentelijke diensten, stadsdelen, welzijn, corporaties, politie) en tussen professionals bestaan er soms spanningen over de te varen koers, omdat zij andere belangen hebben, vanuit een ander perspectief redeneren of gebruik maken van andere bronnen. Die meningsverschillen (en spraakverwarring) zie je zowel in de wijkanalyse, wijkvisie als wijkaanpak. Zo zijn er professionals die vooral gebruik maken van statistieken (ten opzichte van het stedelijke gemiddelden) voor hun analyse en toekomstvisie, terwijl anderen meer luisteren naar de verhalen van sleutelfiguren of de gebruikers van de openbare ruimte observeren. Dat levert veelal verschillende waarheden op. Een ander kijkt vooral naar de fysieke kenmerken (gebouwen, straten, pleinen, infrastructuur), terwijl dat weer weinig zegt over hoe de gebruikers die omgeving beleven
Welk perspectief of bron je ook hanteert, er zullen altijd verschillende meningen zijn over de analyse, de toekomstvisie en de gewenste aanpak (zie bijvoorbeeld de verschillende perspectieven op migrantenwijken, de segregatie in grote steden en gentrification). Dit komt doordat er altijd sprake is van politiek-bestuurlijke standpunten, ideologische motieven, subjectieve kennis, financiële mogelijkheden en eigen belangen. Het is daarom van belang om niet te snel te oordelen en te veel in hokjes te denken. Als professional is het vooral van belang om op basis van diverse bronnen de verschillende werelden met elkaar te verbinden. Dat kan door als professional te schakelen tussen de verschillende schaalniveaus, thema's, belangen en tijdshorizonten (zie onderstaand figuur).

In de publicatie geef ik meer inzicht in de redenen waarom analyses en visies soms zo van elkaar verschillen. Daarbij beschrijf ik diverse valkuilen en knelpunten, zoals het opzetten van een gekleurde bril (framing), het blindstaren op stedelijke gemiddelden, de macht van de grootgrondbezitters, de scheiding tussen beleid en uitvoering, de projectencarrousel, de rituele dans bij overleggen, het verheffen van een middel tot doel, het heilig verklaren van het wijkniveau en het overschatten van de beschikbare kennis. En geef ik tips hoe je de verschillende perspectieven meer bij elkaar kunt brengen.

Burgerkracht
De zoektocht naar nieuwe verhoudingen tussen partijen zie je ook bij het vraagstuk wat organisaties en burgers voor elkaar kunnen betekenen. Daarbij is het van belang om goed te kijken over wat voor soort betrokkenheid het gaat. Gaat het over het betrekken van bewoners bij de planvorming van organisaties (meedenken/meepraten)? Gaat het over hoe de organisatie haar werkprocessen heeft ingericht (klantgericht, klantgedreven, klantgestuurd)? Of gaat het over hoe organisaties omgaan met (spontane) burgerinitiatieven (zie bijvoorbeeld de video over de relatie tussen corporaties en hun huurders)?

Op dit moment gaat er veel aandacht uit naar burgerinitiatieven. De zogenaamde 'nieuwe' vrijwilliger die vanuit zichzelf (en met gelijkgestemden) aan de slag gaat ten behoeve van eigen of algemeen belang. Door bijvoorbeeld een binnentuin om te toveren in een moestuin, het beheren van een speeltuin, het overnemen van een buurthuis, het starten van een lokaal energiebedrijf, het oprichten van een leeszaal of een cultureel podium. Over het succes, de kwaliteit en het bereik van deze burgerinitiatieven zijn verschillende verhalen te vertellen. In de literatuur zijn er dan ook meerdere stromingen (zie bijvoorbeeld dossier 'Burgers nemen het over').

Aan de ene kant zijn er critici die aangeven dat het zelfoplossend vermogen van burgers wordt overschat. Dat er te snel afstand wordt gedaan van de toegevoegde waarde van professionals, omdat veel vraagstukken te ingewikkeld zijn om aan burgers over te laten. Daarnaast betogen zij dat bewonersinitiatieven vaak niet kunnen zonder de steun van ‘ouderwetse’ instanties. Er moet volgens deze stroming niet te veel worden verwacht van burgerinitiatieven, omdat tegenover ieder succesvol initiatief een ander initiatief staat dat faalt (waar je nooit wat over hoort). Ook wordt er gewezen op de keerzijde van deze bottom-up beweging: beperkte en ondemocratische verantwoording, het gevaar van willekeur en het risico op uitsluiting.

Aan de andere kant is er een stroming die heilig gelooft in het zelfoplossend vermogen van burgers. Deze stroming vindt dat er nog een groot potentieel onbenut blijft en ziet burgerinitiatieven vooral als oplossing voor een ‘terugtrekkende’ en ‘falende’ overheid (duur, traag en bureaucratisch). In deze gedachte zijn transparantie en verantwoording van burgerinitiatieven ook minder relevant omdat ze geen doelen op zich zijn. Het zou juist moeten gaan om de meerwaarde van het initiatief ten opzichte van het bestaande (gesubsidieerde) aanbod.

Beide uitersten zijn uiteraard leuk voor ideologische, wetenschappelijke en politieke discussies, maar doen geen recht aan de diversiteit in de dagelijkse praktijk. Alle varianten komen voor (zie ook 'De dagelijkse praktijk van burgerinitiatieven'). Daarnaast gaat het er niet om te kiezen uit twee uitersten, maar om te zoeken naar meer verbindingen zodat men elkaar kan versterken. Door als professional afhankelijk van de situatie een andere rol aan te nemen (zie onderstaand figuur).

Bron: ROB, 2012 (aangepast door auteur)
In de publicatie geef ik verschillende voorbeelden (herinrichting plein, Vadercentrum Laak, buurtkamers, bewonersbudgetten, buurthuis De Landen) hoe je beide werelden kan verbinden en beschrijf ik een aantal dilemma's (representativiteit of willekeur; wel of geen zelfredzaamheid; wel of niet zelfstandig) waar je als professional mee moet leren omgaan.

De publicatie 'Op zoek naar nieuwe verhoudingen; over de relatie tussen de geplande en geleefde stad' is hier te downloaden en te bestellen via gerbenhelleman@gmail.com. De publicatie is - naast een documentenanalyse - vooral gebaseerd op mijn eigen ervaringen binnen de meer formele organisaties en hun interactie met de geleefde stad. Het zijn mijn persoonlijke observaties als participant in de praktijk. Daarmee is het zowel een kijkje in de keuken als een recensie van het geserveerde eten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen