vrijdag 8 augustus 2014

We Own The City


In juni van dit jaar was in Amsterdam de boekpresentatie van ‘We Own The City’. Een boek over de opkomst van burgerinitiatieven binnen de wereld van de stedelijke planning. De focus in het boek ligt op de manier waarop de systeemwereld ('top-down players') omgaat met deze lokale initiatieven. Het resultaat is een boek met beschrijvingen van inspirerende stedelijke ontwikkelingsprocessen van over de hele wereld. 

Het mooi vormgegeven boek gaat over de tegenstrijdigheid en tegelijkertijd wederkerigheid tussen gecentraliseerde overheidsmaatregelen en initiatieven van onderop. Top-down versus bottom-up. Geplande maatregelen versus spontane maatregelen. Aanbodgedreven versus vraaggericht. Intenties van ontwerpers versus de wensen van gebruikers. De geplande versus de geleefde stad. De auteurs zijn zich bewust dat in veel stedelijke processen deze scheidslijn niet zo scherp is te trekken. Dat is ook niet het doel van het boek. Het boek wil vooral laten zien dat er een paradigmaverschuiving aan het plaatsvinden is. De - dan wel niet zelfgekozen - terugtrekkende beweging van veel traditionele partijen (overheden, corporaties, ontwikkelaars, architecten) zorgt er voor dat bewoners en gebruikers (noodgedwongen) in het ontstane gat duiken. Het gevolg is dat er steeds meer 'citymakers' zijn.

Het beste van twee werelden
De engelstalige publicatie focust aldus op de nieuwe rol- en taakverdeling van de traditionele partijen en hoe zij meer rekening kunnen houden en meer kunnen samenwerken met deze beweging van onderop. Om hier een beter beeld van te geven, hebben de auteurs twintig casestudies onderzocht in vijf steden: Amsterdam, Hong Kong, Moskou, New York en Taipei. Deze steden werden uitgekozen vanwege hun lange ervaring met stedelijke planning via de formele weg. Maar tegelijkertijd zie je dat de traditionele partijen in deze steden zich in de afgelopen jaren meer zijn gaan richten op bewonersparticipatie, interactieve processen en het creëren van ruimte voor lokale initiatieven. Het is interessant om te zien hoe iedere organisatie en stad dat op zijn eigen manier doet. 

Mate van betrokkenheid
De casestudies gaan niet alleen over initiatieven die volledig zijn ontwikkeld door bewoners. Verwacht niet een beschrijving van allerlei initiatieven die voldoen aan de criteria van bijvoorbeeld tactical urbanism of pop-up urbanism. Het boek behandelt verschillende treden van de participatieladder: van informeren en raadplegen tot meebeslissen en produceren. Die eerste stappen klinken niet heel vernieuwend, maar sommige landen (China, Rusland, Taiwan) en disciplines (overheden, architecten) komen ook van verre. Neem bijvoorbeeld de situatie in Hong Kong: “We have to be honest with ourselves on the subject, and admit at the outset that, as yet, we don’t have a fully developed culture of community planning. […] Government owns all the land and it is a valuable commodity. […] Governmental agencies are only just learning that they must reflect public opinions.
Als een kind in de snoepwinkel
Van iedere stad worden vier projecten beschreven, ondersteunt met veel en mooie foto's. Aan het begin van het boek worden de casestudies goed geïntroduceerd zodat je je eigen favorieten eruit kan halen. Ik vond vooral interessant:
Vernieuwen van publieke ruimte in Mitino (Moscow).
Foto door Alex Melnikoff
  • Cascoland Kolenkitbuurt (Amsterdam): op aanvraag van de gemeente werkte een internationaal netwerk van kunstenaars aan de leefbaarheid van deze aandachtswijk. In een open planproces hielpen zij bewoners met het uitdenken en uitwerken van hun ideeën.
  • Energizing Kowloon East Office (Hong Kong): een gemeentelijke dienst die meer burgerparticipatie stimuleert door het toepassen van een aanpak die lijkt op ‘place-making’.
  • Cyclification (Moskou): initiatieven van bewoners, gebruikers en ondernemers om verkeersvraagstukken met betrekking tot de fiets op de agenda te zetten door middel van websites, kaarten, evenementen en aanpassingen.
  • New Lots Triangle Plaza (New York): project ter verbetering van de openbare ruimte. Met behulp van de lokale gemeenschap zijn de straten levendiger gemaakt en is lokaal ondernemerschap gestimuleerd. Geïmplementeerd door de gemeente in samenwerking met een stichting en de ondernemers. 
  • Treasure Hill (Taipei): dankzij protesten werd dit dorp niet gesloopt maar omgetoverd tot een van de meest populaire plekken voor jongeren om te creëren en elkaar te ontmoeten.
Verleden, heden, toekomst
De diversiteit van de casestudies maakt het boek tot een aanrader. Hoe vaak lees je nu over initiatieven uit Hong Kong, Moskou enTaipei? En als je hier al iets over vindt op bijvoorbeeld het internet dan is het meestal erg oppervlakkig zonder enige vorm van nuance of achtergrondinformatie. In dit boek wordt iedere stad echter zorgvuldig geïntroduceerd met een korte geschiedenis van de stedelijke planning. Het hoofdstuk over Moskou (een aanrader!) geeft bijvoorbeeld een mooi overzicht van de door de staat gecontroleerde urbanisatie vanaf de jaren veertig tot aan de jaren tachtig. En uiteraard geeft het inzicht in de huidige stedelijke vraagstukken: “Today, the transformation of post-Communist cities like Moscow is characterized by the expansion of commercial spaces, the transformation of industrial zones, and a demand for new forms of housing. […] Alongside Socialist traditions, Russia also maintains a tradition of guerilla urban resistance. […] For instance, the social movement ‘Partizaning’ was particularly inspired by Russia’s revolutionary and DIY traditions, as they promote participatory urban replanning using street art as a tool for civic action in cities worldwide”.

Leerpunten
De verschillende casestudies zijn goed leesbaar en informatief. “They bring to light specific moments, planning challenges that may often be ignored in a static analysis of urban design and planning.”, zoals de auteurs zelf schrijven. Het enige wat ik soms miste waren wat kritische kanttekeningen of in ieder geval het verhaal achter het verhaal. Bijvoorbeeld: hebben ze hun doel bereikt? Hoe hebben de ideeën zich geëvolueerd tot het huidige project? Welke spanningen waren er tussen systeem- en leefwereld? En tussen lokale initiatiefnemers en hun buurtgenoten? En hoe gingen de partijen hier mee om? Vraagstukken die de casestudies nog leerzamer hadden gemaakt.

De geografische verscheidenheid van de beschreven projecten, maar ook de diversiteit in de mate van bewonersbetrokkenheid (meepraten, meedenken, meebeslissen, meedoen) zijn een sterk punt van het boek. Het zorgt echter ook wel voor een dilemma. Het is daardoor namelijk moeilijk de steden, projecten en processen met elkaar te vergelijken. Het gevolg is dat de conclusies in het laatste hoofdstuk vrij algemeen blijven: “It seems that it is time to employ a new method to think about urban development, where the focus is not on the final result but on the process of developing that urban product.” Een standpunt dat je ook al in de introductie had kunnen lezen. En dat is zonde, want door het boek heen zijn er genoeg interessante inzichten te vinden:
  • Ambitie: dat bewoners de stad gaat bezitten (‘Owning the City’) is een nog al gedurfde en optimistische uitspraak. Maar dit 'eigenaarschap' hoeft niet alleen te worden gerealiseerd door middel van bezit of financieel gewin, maar kan ook ontstaan door middel van betrokkenheid. De traditionele partijen kunnen gebruik maken van deze vorm van 'mentaal eigenaarschap' door persoonlijke herinneringen en ervaringen met een bepaalde plek op te roepen (zie bijvoorbeeld ook het project 'Looking for Love Again' van Candy Chang).
  • Diversiteit: bewoners kunnen volgens de auteurs op vijf manieren betrokken worden bij stedelijke aanpassingen: bewoners kunnen profiteren en gebruik maken van de vernieuwingen (gebruikers); ze kunnen een lokale mening vertegenwoordigen (meedenken); ze kunnen een lange termijnpartner zijn in het vernieuwingsproces (co-creatie); ze kunnen een deel van de maatregelen voor hun rekening nemen (meedoen); of ze kunnen de initiator zijn van een bewonersactiviteit (zelf doen).
  • Fases: begin klein. Tijdelijke, kleinschalige interventies kunnen bewoners verenigen en andere partners aantrekken die het initiatief verder kunnen ondersteunen. De spontane acties maken bepaalde behoeften zichtbaar en creëren bewustzijn en een maatschappelijke betrokkenheid. Op deze manier kan een eenmalige, zelfstandige interventie uitgroeien tot een structurele, gezamenlijke verandering via de formele weg met de hulp van elkaar versterkende actoren.
  • Verankering: de kans op succes neemt toe wanneer de initiatiefnemers bewoners uit de buurt zijn. Zij kennen de wensen en behoeften van de buurt en komen veelal met lokale en realistische oplossingen. Het helpt daarbij ook als zij contacten hebben binnen de formele organisaties en ervaring hebben met het werken met mensen met verschillende achtergronden.
  • Loslaten: een van de randvoorwaarde is dat instituties - ondanks hun natuurlijke drang naar procedures, blauwdrukplanning en in ijzer gegoten begrotingen - zich vooral open moeten opstellen. Zij zullen vooral flexibele, ongecoördineerde, vraaggerichte planprocessen met een open einde moeten ondersteunen (in nature, tijd of middelen).
  • Experimenteer: een organische ontwikkeling van de stad vereist een zekere bereidheid van de traditionele partijen om te experimenteren. Een bepaalde mate van vrijheid van handelen op basis van vertrouwen. Laat onvoorziene (of zelfs niet gerealiseerde) uitkomsten toe, omdat het nog altijd nieuwe ideeën of mogelijkheden genereert. Meestal is die vrijheid er wel aan de randen van de stad. Het is dan ook geen toeval dat de meeste casestudies zich hier bevinden.
  • Bundel krachten: een van de belangrijkste opgaven voor alle 'citymakers' is om de krachten tussen de formele en informele netwerken te bundelen om zo de sterkte kanten van een ieder te benutten. Bij verschillende casestudies werd deze interactie gerealiseerd door een bepaalde vorm van activisme vanuit de lokale gemeenschappen. Kleinschalige maatregelen versterkt met innovatieve vormen van communicatie en de ondersteuning van kleine bedrijven en media-aandacht.
  • Bruggenbouwer: het verbinden van de juiste personen en organisaties is meestal essentieel of een initiatief slaagt of niet. Werk daarom aan een integrale aanpak waarbij wordt geschakeld tussen verschillende actoren, belangen en perspectieven. Indien nodig, huur ondersteuning in om de brug te slaan.
  • Diversiteit: formele organisaties kunnen de bewonersinitiatieven op verschillende manieren ondersteunen. Het hoeft niet automatisch om een financiële bijdrage te gaan. Het faciliteren van initiatieven is ook mogelijk door middel van administratieve ondersteuning, deregulering, het versimpelen van het aanvragen van vergunningen en het aanbieden van goede (digitale) informatie over subsidies en wettelijke randvoorwaarden.
DIY Neighborhood Games
Foto door Maria Semenenko
Placemaking
Het boek eindigt met interviews met vier Nederlandse architecten. Hoewel aardig om te lezen, zijn ze wel een beetje een vreemde eend in de bijt. In bijna alle gepresenteerde casestudies is er geen sprake van een ontwerpopgave. Het gaat veel meer, vooral in het Westen, over het toevoegen van activiteiten aan bestaande publieke ruimten. Van een plek een bestemming maken (zie ook het artikel over placemaking). Vanuit dit perspectief, en in lijn met de rest van het boek, was het interessanter geweest als vertegenwoordigers van overheden en woningcorporaties waren geïnterviewd. Zij spelen immers ook een grotere rol bij de genoemde voorbeelden.
Dit wil overigens niet zeggen dat de geïnterviewden tradiotionele, aanbodgedreven architecten zijn die alleen maar iconische gebouwen of blauwdrukken maken zonder enige vorm van participatie. Zij hebben zich zeker al verder ontwikkeld, maar ook bij hen zie je de worsteling met de nieuwe taak- en rolverdeling in het stedelijke veld. Hun verhalen leveren wel een aantal interessante suggesties op, maar het zijn helaas ook vaak nog luchtkastelen.

Prototypen
We Own The City is een goed leesbaar boek met interessante casestudies. Daarnaast probeert het ook een statement te maken: “We position this publication as the inception of a movement of city makers that values the significance of working with the local community, deeply understanding its developing assets, while taking into consideration economic, political and social issues surrounding and affecting the neighborhood realm.” Die boodschap komt zeker over tijdens het lezen van de 300 pagina's. En ook al is het geen handleiding met allemaal tips en trucs, het geeft wel een schat aan informatie over deze wereldwijde beweging in de stedelijke planning. Niemand weet uiteraard waar deze beweging zal eindigen en welke nieuwe rol- en taakverdeling er uiteindelijk uit komt rollen tussen de verschillende betrokkenen, maar in dit boek vind je alvast verschillende, toegepaste en geteste variaties.   

De publicatie is mogelijk gemaakt dankzij een netwerk van verschillende organisaties, zoals CITIES, The Community Empowerment Network, The Community Project Workshop en The Design Trust for Public Spaces. Het is gepubliceerd door trancity*valiz.
 

Inzage in het boek is mogelijk op ISSUU

Eerder verscheen er een Engelse versie van dit artikel op Urban Springtime.

Foto's zijn van КООП: Cooperative Urbanism Workshops in Moskou. Een samenwerking tussen Partizaning en Strelka Institute om gemeenschappen en bewoners met elkaar in contact te laten komen over hun wensen.

Meer lezen over initiatieven van onderop:

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen