woensdag 2 april 2014

Torre David; een informele stad in een flatgebouw

In Caracas staat een niet afbouwde wolkenkrabber van 45 verdiepingen, genaamd Torre David. Ondanks de fysieke tekortkomingen is het kantoorgebouw omgebouwd tot een thuis voor meer dan 750 families. Urban-Think Tank, een interdisciplinaire ontwerpstudio, studeerde een jaar lang de fysieke structuur en de zelforganisatie die deze ruïne ombouwde tot een krakerspand. Dit proces, waar de geplande stad de geleefde stad ontmoet, is samengevat in een schitterend boek. 

De geplande stad

Caracas, de hoofdstad van Venezuela, is sinds de jaren zeventig flink in omvang gegroeid. In deze periode profiteerde het land van de enorme opbrengsten uit de oliewinning. De overheidsagenda werd op dat moment gedomineerd door centralisatie en nationalisatie. Het gevolg was dat Caracas zowel formeel als informeel groeide. De formele stad werd uitgebreid met de bouw van nieuwe woongebieden voor de middenklasse in het (zuid)oosten. Dit op basis van een gecentraliseerde en grootschalige blauwdrukplanning. De genoemde economische en politieke ontwikkelingen zorgde er ook voor dat de stad als een magneet werkte voor mensen van het platteland, die op zoek waren naar grotere voorspoed. Daarmee werd Caracas, met meer dan drie miljoen inwoners, een van de meest gesegregeerde steden ter wereld. Er ontstond een grote informele economie en mensen bouwden hun eigen huisjes. Ongeveer veertig procent van de inwoners van Caracas woont nu in zelfgebouwde gemeenschappen. De meeste op gevaarlijke hellingen die bij hevige regenval te maken hebben met overstromingen en aardverschuivingen.  

De Toren wordt gebouwd
Ondanks de groeiende economische problemen in de jaren tachtig (inflatie, werkloosheid) wordt een ontwikkelaar gevraagd om in het financiële centrum een kantoorgebouw te realiseren. Het complex bestaat uit vijf gebouwen. Het hoofdgebouw, als snel benoemd tot 'Torre David', zou 45 verdiepingen gaan tellen met een helikopterplatform, een hotel en 30.000 m2 aan kantoorruimten. De oplevering stond gepland voor juli 1994, maar het gebouw werd nooit afgebouwd. In 1993 overlijdt de ontwikkelaar en in januari 1994 is er een grote bankencrisis. Zonder leiderschap en financiële bronnen wordt de bouw gestopt, nadat 90% is afgerond. 

Nieuwe context
Torre David staat vervolgens meer dan twaalf jaar leeg. Gedurende die jaren zijn er echter belangrijke verschuivingen en ontwikkelingen. Zowel in het land als in de stad. Zo werden door de toenemende inflatie de economische problemen alleen maar groter. Met onder andere voedseltekorten en criminaliteit als gevolg. Door de blijvende migratie van het platteland naar de stad en verwoestende overstromingen op de hellingen nam ook het woningtekort in Caracas verder toe. 
Daarnaast was er ook een belangrijke politieke verschuiving. Hugo Chávez - van een linkse, sociaaldemocratische politieke partij - werd als president van het land gekozen. Hij schreef een nieuwe grondwet en een aantal nieuwe wetten die de overheid controle gaf over beslissingen met betrekking tot het verdelen van land en vastgoed. Zoals bijvoorbeeld: 'ongebruikt stedelijk gebied staat tot dienst van het publiek'. Met andere woorden een overheid die invallen en illegale overnames stimuleerde.  

De geleefde stad
In 2007 wordt een groep mensen ontruimd uit een kraakpand. De groep die onderdak zoekt, laat zijn oog vallen op Torre David en betreedt het gebouw. Op diezelfde dag ontvangen verschillende mensen in de buitenwijken van Caracas de oproep om aan te sluiten en de toren te bezetten. De Urban-Think Tank: “Those who entered the complex on the fist evening of the invasion and in the days following quickly staked out space in the ground floor lobby, establishing communal kitchens, setting up tents and other makeshift shelters, and delimiting their territory. Many people came from other invasions, flooded out by tropical rain and driven by the promise of better housing closer to jobs in the city.”

Het meest interessant van Torre David is de manier waarop het bestaande gebouw wordt hergebruikt en aangepast aan de wensen van de krakers. Snel na de eerste bezetting maken de bewoners gezamenlijk de verschillende verdiepingen schoon en worden veiligheidsmensen aangesteld die de drie ingangen bewaken. De pioniers organiseren een eerlijke verdeling van de ruimten, bouwen balustrades en verven de gezamenlijke ruimten, zoals de ingang en trappen. Twee waterpompen worden geïnstalleerd om de toren aan te kunnen sluiten aan het stedelijke waternet. Huishoudens bouwen muurtjes om een afscheiding te maken met de buren en bij hun balkon als omheining. Later bouwen sommige huishoudens ook badkamers en kleine keukens. Daarnaast breekt men soms door bepaalde muren heen om nieuwe wandelroutes in het gebouw te maken. 

Zelforganisatie

Het is verbazingwekkend, in ieder geval voor mij, hoe de toren is georganiseerd en gereguleerd. De meningen daarover verschillen echter nogal. Sommige zeggen dat er een streng, dwingend systeem is, dat gekopieerd is van het gevangenisregime in Venezuela. De Urban-Think Tank formuleert het echter als volgt: “It’s not a pure democracy, but its leadership structure with circles of influence seems to function”. In de binnenste cirkel van invloed staat de president van de zogenoemde Coöperatie: de pastor van de kerk (die vijf jaar in de gevangenis zat voordat hij een evangelische predikant werd). Samen met zijn compagnons (de directie) maakt hij de belangrijkste beslissingen. In de tweede invloedscirkel zitten de mensen die fungeren als intermediairs tussen de directie en de coördinatoren. Er zijn coördinatoren van bepaalde functies, zoals waterdistributie, elektriciteit en schoonmaak, maar ook coördinatoren per verdieping. Gezamenlijk maken zij verschillende regels en procedures. Zo heeft ieder huishouden een magnetische sleutelkaart gekregen om het gebouw te verlaten of binnen te komen. Ieder huishouden betaalt maandelijks $15 aan de Coöperatie voor water, elektriciteit, de schoonmaak van publieke ruimten en de beveiliging. En mijn favoriete regel: “If the occupants receive more than three citations for infractions of the general code of conduct (noisy parties, littering, domestic violence), they are asked to leave.”

Geen leegstand
Door zelforganisatie en hard werken is het leegstaande gebouw omgevormd tot een thuis voor meer dan 3.000 mensen. De hoogbouw wordt tot de 28ste verdieping bewoond. Vanwege het ontbreken van een werkende lift en vanuit veiligheidsoogpunt is besloten om de bovenliggende verdiepingen niet te gebruiken. Er komen nu geen nieuwe bewoners meer bij tenzij een huishouden verhuist. Geen van de families bezitten hun ruimten. Bij vertrek staat die weer tot de beschikking van de gemeenschap. De huishoudens bezitten alleen de investeringen die zij in hun woning hebben gedaan. Meestal worden deze overgekocht door de nieuwe inwoners.



Informele economie
Naast de woningen zijn er ook verschillende winkels en publieke ruimten in het gebouw. Zo is er een kapper, een internetcafé, kleine fabriekjes, een autogaragebedrijf en sommige verdiepingen hebben hun eigen supermarktje. In een aanleunend gebouw wordt een kerk gebouwd voor de gemeenschap. Op de begane grond is een groot basketbalveld. Daar is het verboden om te vloeken of te spelen zonder sportkleding. Op de 28ste verdieping is een kleine fitnessruimte. “That same floor has an extended balcony […] where some of the woman often bring couches and chairs to socialize.” Maar de grootste informele ruimte is het trappenhuis. “Since the one accessible stairway in the highrise is the only means of vertical circulation within that structure, sooner or later everyone passes everyone else.” Er is maar een alternatieve transportwijze: snel na de bezetting ontstond er een taxiservice die gebruik maakt van de naastgelegen parkeergarage. Motors brengen bewoners tegen een kleine vergoeding naar de tiende verdieping vanwaar zij oversteken naar de toren en verder gebruik kunnen maken van de trappen.
In het boek (en in dit artikel) vind je schitterende foto's van de Nederlandse architectuur fotograaf Iwan Baan die een goed inzicht geven in de leefomstandigheden van deze huishoudens. 

Mensen
Op dit moment wonen er meer dan 750 huishoudens. De auteurs geven aan dat het gebouw dankzij zijn locatie vooral straatverkopers heeft aangetrokken. Meer informatie over de bewoners krijgen we echter niet in het boek. En dat is een tekortkoming, want na de beschrijving van de fysieke structuur en de manier waarop het een en ander is georganiseerd zou je meer informatie verwachten over het dagelijkse leven van de bewoners. Wat voor soort huishoudens wonen er? Wat is de gemiddelde leeftijd? Wat doen de mensen overdag? Hebben ze werk? In de formele of informele economie? Etcetera. Enkele familieportretten zouden het boek compleet maken. Net zoiets als het artikel in The Guardian dat het verhaal beschrijft van een politieman/taxichauffeur, zijn vrouw (kapper) en hun vijf kinderen. Dat laat goed zien wat de motivatie is van de mensen om hier te wonen en hun dagelijkse beslommeringen in Caracas.


Tevredenheid
Om toch iets meer te weten te komen over de bewoners nemen we even een uitstapje naar Jean Caldieron, onderzoeker op de 'Florida Atlantic' Universiteit. Hij bestudeerde vorig jaar de woontevredenheid van de huishoudens. Circa zestig mensen (van verschillende verdiepingen) heeft hij een paar vragen gesteld. Volgens hen zijn de belangrijkste knelpunten: het ontbreken van een lift, criminaliteit, water- en elektriciteitsvoorzieningen. Het eerste knelpunt heeft geen verdere uitleg nodig. De tweede is niet verrassend in een stad met het hoogste moordcijfer ter wereld. Ondanks de beveiligers bij de toegangspoorten blijft dit - ook in de Toren - een probleem. De laatste twee knelpunten zien we vaker in informele steden. Het probleem is hier vooral dat de voorzieningen niet kunnen voldoen aan de behoeften van de bewoners. Er is simpelweg te weinig water en elektriciteit (zeker tijdens piekuren) en de installaties zijn amateuristisch waardoor ze nogal eens uitvallen.

Het belangrijkste voordeel van het wonen in de toren, naast een gratis en stevig onderdak met een fantastisch uitzicht, is volgens de bewoners de locatie nabij het centrum (86%) en de nabijheid van openbaar vervoer (53%).
Niettemin is circa 50% ontevreden met de eigen leefomstandigheden. “Many of the dwellings do not have sanitary services and some do not even have natural light. These issues together with the community issues are very troublesome”, zegt Caldieron. Interessante bevindingen die soms moeilijk zijn te vergelijken met de beschrijvingen van de Urban-Think Tank. Zij schrijven bijvoorbeeld: “the average apartment now includes a toilet, a sink, dishwasher and washing machine.



Verbeteringen
Naast het analyseren en observeren, doet de Urban-Think Tank ook een paar organische verbeteringsvoorstellen die het leven in de toren kunnen verrijken. Zoals het gebruik van windenergie om meer stroom te krijgen, de mogelijkheden om stroom op te slaan en het gebruik van energiezuinige lampen om het gebruik te verminderen. De meest voor de hand liggende verbetering, het installeren van een lift, is te duur, te complex en kost teveel elektriciteit. Daarom doet de Urban-Think Tank het voorstel om een systeem te bouwen dat net als liften gebruik maakt contragewicht. Alleen nu aan de hand van de in- en uitgaande vracht, die kan bestaan uit bijvoorbeeld goederen, materialen, afval of zelfs mensen. Een systeem dat niet continue beschikbaar is, maar op gezette tijden. Net als een buslijn. 

Perspectief en verwachting
Wat nu te vinden van dit -  in mijn ogen - interessante, maar ook atypische verhaal? Moeten we nu spreken van illegalen, indringers, krakers of bewoners? Zijn de 'bewoners' (mijn voorkeur) nu wel of niet tevreden met hun woonomstandigheden? Is het nu wel of niet een stap voorwaarts als je het vergelijkt met de leefomstandigheden in de krottenwijken op de gevaarlijke hellingen van Caracas? Dat is moeilijk van deze afstand te beoordelen, maar ik denk dat er een goede reden is waarom sommige van de geïnterviewde in het onderzoek van Caldieron aangeven dat zij “are better here than living in places with unaffordable costs or crammed into the houses of family and friends.”

Aan de andere kant is het nog altijd een gevaarlijke plek om te leven met een onzeker bestaan. Zeker als je het vergelijkt met de leefomstandigheden in het Westen. Dat is echter bij voorbaat al een oneerlijke vergelijking. Je zal het meer moeten vergelijken met de woonomstandigheden in de krottenwijken of de plattelandsdorpen, zoals Edward Glaeser, professor of Economics at Harvard University, ook laat zien in zijn boek ‘Triumph of the City’. Met de kennis die ik daar over heb, lijkt me dit wel een verbetering.

Guillermo Barrios, de decaan van de faculteit Architectuur op de Universiteit van Caracas, noemt het in ieder geval een ‘bad practice’: “Every regime has its architectural imprimatur, its icon, and I have no doubt that the architectural icon of this regime is the Tower of David. It embodies the urban policy of this regime, which can be defined by confiscation, expropriation, governmental incapacity, and the use of violence.” Voor sommige mensen is de situatie ook onacceptabel: “For me, it’s a symbol of anarchy, a symbol of a lack of government and of public inefficiency,” zegt Sulemar Bolivar, het hoofd van de stedelijke planning in Caracas. Anderen zien de toren meer als een metafoor voor de mislukking van de overheid om te voorzien in voldoende woningen, publieke voorzieningen en veiligheid. Volgens Jean Caldieron, de onderzoeker die zestig bewoners interviewden is de Toren “a monument of misery and an inadequate use of an expensive urban facility”. Al met al: de meningen zijn verdeeld en het is maar net met welke bril je naar het geheel kijkt.





Toerisme
Wat in ieder geval wel duidelijk wordt met het boek, is dat de bijnaam van Torre David ‘vertical slum’, niet terecht is. Een krottenwijk bestaat voor het grootste deel uit slechte woningen met veel al overbewoning,  een gebrek aan hygiëne en veiligheid en men is veelal niet aangesloten op water, elektriciteit en het openbaar vervoersnetwerk. De toren voldoet niet aan (al) deze criteria. De Urban-Think Tank noemt het dan ook liever een ‘informal vertical community’. Maar zij romantiseren het leven in de toren niet. Het past niet in wat wel wordt genoemd ‘Slum voyeurism’ of ‘Poverty porn’. Het klopt dat er een toenemende interesse is in stedelijke armoede door architecten, sociologen, muzikanten, filmmakers en zelfs toeristen, maar dit onderzoek van de Urban-Think Tank heeft niet te maken met enige vorm van voyeurisme of uitbuiting. Het geeft inzicht in de aanpassingen die worden gedaan om een onaf kantoorpand om te bouwen tot honderden woningen via 'particulier opdrachtgeverschap' en een grote mate van zelforganisatie. De Venezolaanse variant van kluswoningen. Het enige wat in het boek ontbreekt, naast de familieportretten, zijn opmerkingen over de rol en/of afwezigheid van de overheid. Zowel in de hoofdstukken over het verleden en het heden, maar zeker in de hoofdstukken over de toekomst. 

Toekomst
Torre David is slechts een van de 400 gebouwen in Caracas die wordt bezet door krakers. Hoe daar mee om te gaan? Moet je dit gedogen of zelfs legaliseren in een stad waar een groot woningtekort is? Of moet je het verbieden? Een dilemma dat de Urban-Think Tank als volgt verwoord: “The […] residents’ ongoing struggle for official recognition and rights make abundantly evident the precariousness of their circumstances. While the residents freely acknowledge that they occupied the Tower without official approval of from the landowner, the pattern of legislative initiatives, judicial decisions, and presidential decrees – not to mention Chávez’s public declarations – would have emboldened them to believe they had a degree of entitlement.” […] “The large number of residents and the growing sense of community, together with the length of time that the authorities have tolerated the occupation, will make it increasingly difficult for the government to find socially acceptable grounds for resettlement.” Aan de andere kant zijn er wel gekkere dingen gebeurd in Venezuela. Als de economie weer aantrekt en de politieke situatie wijzigt, kan het zo maar zijn dat de geplande stad weer de geleefde stad overneemt.

Nagekomen bericht: De Volkskrant meldt op 10-12-2014 dat de regering van Chavez' opvolger heeft besloten het gebouw te ontruimen en de families onder te brengen in sociale woningbouw. Na maanden onderhandelen bereikten de autoriteiten een akkoord met de bewoners. Inmiddels is al ruim de helft van de bewoners verhuisd naar de nieuwe woningen, een uur rijden van het centrum. Wat er met het gebouw gaat gebeuren, is nog onduidelijk.

Bronnen foto's: Urban Geographies on Tumblr. Foto's gemaakt door Iwan Baan.


There is also an English version of this article on Urban Springtime.




Geraadpleegde bronnen en leestips

Alfredo Brillembourg & Hubert Klumpner; the Urban-Think Tank (2013) Torre David; informal vertical communities. Zürich: Lars Müller Publishers.

Jean M. Caldieron (2013) From a skyscraper to a Slumcraper: Residential Satisfaction in  “Torre de David” Caracas, Venezuela. In: The Macrotheme Review 2(5), pp. 138-152.

Virginia López (2014) Unaffordable cities: squatting in Caracas's tower of broken dreams. The Guardian, 12 February 2014.
In pictures.


TED (2013) Iwan Baan: Ingenious homes in unexpected places. Ted-talk from a Dutch architectural photographer. YouTube.

Wikipedia (2014) Caracas

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen